BWBR0016443
Geldig vanaf 2004-03-11
Artikel 4
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit WBJA 2004
Het hoofd van de afdeling Bestuurlijke en Internationaal-rechtelijke aangelegenheden is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het bevorderen van de kwaliteit van het bestuurlijk en internationaal-rechtelijk handelen van het ministerie;
b. het behandelen van bestuurlijke en internationaal-rechtelijke aspecten van departements- en rijksbrede onderwerpen;
c. het adviseren over en behandelen van bestuurlijke aangelegenheden, zoals het beleid inzake de zelfstandige bestuursorganen, het externe adviesstelsel, bestuursakkoorden, het decentralisatiebeleid, de verhouding publiek-privaat en bestuurlijke vernieuwing;
d. het adviseren over en behandelen van internationaal-rechtelijke aangelegenheden en procedures, waaronder het toetsen van nationale regelgeving aan het internationale recht;
e. het bijdragen aan de totstandkoming van internationale verdragen en regelingen;
f. het, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, en op verzoek van het hoofd van de afdeling Wetgeving I of Wetgeving II, opstellen van regelgeving ter implementatie van internationale verdragen en regelingen, voorzover het daarbij gaat om regelgeving waarbij de inzet van de internationaal-rechtelijke expertise van de afdeling Bestuurlijke en Internationaal-rechtelijke aangelegenheden aangewezen is;
g. het, in afwijking van artikel 5, onderdeel c, en op verzoek van het hoofd van de afdeling Juridische Aangelegenheden, behandelen van nationale juridische procedures, voorzover het daarbij gaat om procedures waarbij de inzet van de internationaal-rechtelijke expertise van de afdeling Bestuurlijke en Internationaal-rechtelijke aangelegenheden aangewezen is.
a. het bevorderen van de kwaliteit van het bestuurlijk en internationaal-rechtelijk handelen van het ministerie;
b. het behandelen van bestuurlijke en internationaal-rechtelijke aspecten van departements- en rijksbrede onderwerpen;
c. het adviseren over en behandelen van bestuurlijke aangelegenheden, zoals het beleid inzake de zelfstandige bestuursorganen, het externe adviesstelsel, bestuursakkoorden, het decentralisatiebeleid, de verhouding publiek-privaat en bestuurlijke vernieuwing;
d. het adviseren over en behandelen van internationaal-rechtelijke aangelegenheden en procedures, waaronder het toetsen van nationale regelgeving aan het internationale recht;
e. het bijdragen aan de totstandkoming van internationale verdragen en regelingen;
f. het, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, en op verzoek van het hoofd van de afdeling Wetgeving I of Wetgeving II, opstellen van regelgeving ter implementatie van internationale verdragen en regelingen, voorzover het daarbij gaat om regelgeving waarbij de inzet van de internationaal-rechtelijke expertise van de afdeling Bestuurlijke en Internationaal-rechtelijke aangelegenheden aangewezen is;
g. het, in afwijking van artikel 5, onderdeel c, en op verzoek van het hoofd van de afdeling Juridische Aangelegenheden, behandelen van nationale juridische procedures, voorzover het daarbij gaat om procedures waarbij de inzet van de internationaal-rechtelijke expertise van de afdeling Bestuurlijke en Internationaal-rechtelijke aangelegenheden aangewezen is.