BWBR0016433
Geldig vanaf 2004-02-28
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie Tarieven Divisie Luchtvaart
1. Er is een Commissie Tarieven Divisie Luchtvaart.
2. De commissie heeft tot taak een rapport op te stellen waarin de volgende vragen worden beantwoord en voorts dienaangaande voorstellen te doen:
a. welke taken van de inspectie moeten, gegeven de rijksbrede en departementale kaders die daarbij gelden, worden doorberekend aan de luchtvaartsector, en welke niet;
b. op welke manier kunnen de kosten verbonden aan het verrichten van de taken van de inspectie het best worden doorberekend, rekening houdend met criteria als onder meer transparantie, doelmatigheid en profijtbeginsel. In dat verband formuleert de commissie een voorstel voor de methode van doorberekening – en zo nodig ook enkele alternatieven – en motiveert de keuzes die daarin naar het oordeel van de commissie gemaakt moeten worden.
3. Voor de uitvoering van haar taak maakt de commissie gebruik van ten minste de volgende bronnen:
a. het rapport ‘Maat Houden’ (Kamerstukken II, 1996/1997, 24 036 nr. 22);
b. de kaders zoals die binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat zijn vastgelegd in de Aanschrijving tarieven voor externe dienstverlening en de Beleidslijn Tarieven;
c. het rapport van de IVW-Taskforce Tarieven (2002).
4. Onderdeel van het rapport is een overzicht waaruit blijkt hoe andere landen in de Europese Unie de inspectietaken en doorberekeningsmethoden hebben geregeld.
2. De commissie heeft tot taak een rapport op te stellen waarin de volgende vragen worden beantwoord en voorts dienaangaande voorstellen te doen:
a. welke taken van de inspectie moeten, gegeven de rijksbrede en departementale kaders die daarbij gelden, worden doorberekend aan de luchtvaartsector, en welke niet;
b. op welke manier kunnen de kosten verbonden aan het verrichten van de taken van de inspectie het best worden doorberekend, rekening houdend met criteria als onder meer transparantie, doelmatigheid en profijtbeginsel. In dat verband formuleert de commissie een voorstel voor de methode van doorberekening – en zo nodig ook enkele alternatieven – en motiveert de keuzes die daarin naar het oordeel van de commissie gemaakt moeten worden.
3. Voor de uitvoering van haar taak maakt de commissie gebruik van ten minste de volgende bronnen:
a. het rapport ‘Maat Houden’ (Kamerstukken II, 1996/1997, 24 036 nr. 22);
b. de kaders zoals die binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat zijn vastgelegd in de Aanschrijving tarieven voor externe dienstverlening en de Beleidslijn Tarieven;
c. het rapport van de IVW-Taskforce Tarieven (2002).
4. Onderdeel van het rapport is een overzicht waaruit blijkt hoe andere landen in de Europese Unie de inspectietaken en doorberekeningsmethoden hebben geregeld.