BWBR0016424
Geldig vanaf 11-07-2012
Artikel 16a
Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren
1. Het trustkantoor dat een dienst verleent als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 5°, van de wet:
a. kent de identiteit van de cliënt en van de natuurlijke persoon die een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste vijfentwintig procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang houdt in de cliënt, of rechtstreeks of middellijk ten minste vijfentwintig procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap kan uitoefenen in de cliënt en beschikt over gegevens aan de hand waarvan is bepaald wie een dergelijk belang houdt of dergelijke zeggenschap kan uitoefenen en aan de hand waarvan de identiteit van die natuurlijke persoon is vastgesteld; en
b. heeft kennis van het doel van zijn dienstverlening, beoordeelt of aan die dienstverlening integriteitsrisico's zijn verbonden en legt zijn bevindingen schriftelijk vast.
2. Indien geen natuurlijke persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan worden aangewezen, beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit is bepaald.
3. Indien aan de vennootschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 5°, van de wet, middelen ter beschikking worden gesteld:
a. beschikt het trustkantoor over gegevens die ten grondslag liggen aan de herkomst en bestemming van die middelen;
b. kent het trustkantoor de identiteit van de persoon die ter zake het risico draagt;
c. heeft het trustkantoor kennis van gestelde zekerheden;
d. treft het trustkantoor adequate maatregelen om te waarborgen dat de vennootschap aan haar verplichtingen kan voldoen.
4. Het trustkantoor verleent geen dienst als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 5°, van de wet voordat aan het eerste, tweede en derde lid is voldaan.
a. kent de identiteit van de cliënt en van de natuurlijke persoon die een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste vijfentwintig procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang houdt in de cliënt, of rechtstreeks of middellijk ten minste vijfentwintig procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap kan uitoefenen in de cliënt en beschikt over gegevens aan de hand waarvan is bepaald wie een dergelijk belang houdt of dergelijke zeggenschap kan uitoefenen en aan de hand waarvan de identiteit van die natuurlijke persoon is vastgesteld; en
b. heeft kennis van het doel van zijn dienstverlening, beoordeelt of aan die dienstverlening integriteitsrisico's zijn verbonden en legt zijn bevindingen schriftelijk vast.
2. Indien geen natuurlijke persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan worden aangewezen, beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit is bepaald.
3. Indien aan de vennootschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 5°, van de wet, middelen ter beschikking worden gesteld:
a. beschikt het trustkantoor over gegevens die ten grondslag liggen aan de herkomst en bestemming van die middelen;
b. kent het trustkantoor de identiteit van de persoon die ter zake het risico draagt;
c. heeft het trustkantoor kennis van gestelde zekerheden;
d. treft het trustkantoor adequate maatregelen om te waarborgen dat de vennootschap aan haar verplichtingen kan voldoen.
4. Het trustkantoor verleent geen dienst als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 5°, van de wet voordat aan het eerste, tweede en derde lid is voldaan.
- Citeren als
- Art. 16a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl