BWBR0016421
Geldig vanaf 2004-03-05
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen 2004
De directie Internationale Zaken is verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkelingen in de internationale omgeving en is verantwoordelijk voor het internationaal (doen) realiseren van standpunten op het werkterrein van het ministerie onder waarborging van de samenhang van het beleid van het ministerie en waar relevant van Nederland. Daarnaast draagt de directie Internationale Zaken er zorg voor dat informatie uit het internationale veld tijdig en op de juiste plaatsen binnen het ministerie beschikbaar komt. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:
a. het departementaal coördineren van de internationale aspecten van het beleid (waaronder een toetsing aan de strategische kaders);
b. het uitdragen van de standpunten van dat beleid in internationaal verband;
c. het samenhangend adviseren over de afweging van prioriteiten van de verschillende dossiers en de te behalen onderhandelingsresultaten, en over de inpassing van de beleidsdoelstellingen van het departement binnen de algemene kaders van het Nederlandse internationale beleid;
d. het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband;
e. het coördineren van de internationale expertise-uitwisseling;
f. het onderhouden van een internationaal netwerk ten behoeve van voornoemde taken;
g. het toerusten van het ministerie met het oog op internationale activiteiten.
a. het departementaal coördineren van de internationale aspecten van het beleid (waaronder een toetsing aan de strategische kaders);
b. het uitdragen van de standpunten van dat beleid in internationaal verband;
c. het samenhangend adviseren over de afweging van prioriteiten van de verschillende dossiers en de te behalen onderhandelingsresultaten, en over de inpassing van de beleidsdoelstellingen van het departement binnen de algemene kaders van het Nederlandse internationale beleid;
d. het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband;
e. het coördineren van de internationale expertise-uitwisseling;
f. het onderhouden van een internationaal netwerk ten behoeve van voornoemde taken;
g. het toerusten van het ministerie met het oog op internationale activiteiten.