BWBR0016419
Geldig vanaf 2016-01-27
Artikel 4
Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning
1. Voor een vergoeding voor reis- en pensionkosten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen, komt de commissaris in aanmerking als hij nog niet in een gemeente in de provincie waar hij is benoemd, in de basisregistratie personen is ingeschreven. De vergoeding bedraagt:
a. per maand het bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging;
b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente waar hij werkt:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van eigen vervoer, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
3. Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten voor tijdelijke huisvesting in de provincie waarin hij is benoemd. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken.
4. Onder de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot.
5. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de provincie aan de commissaris vergoed.
6. Dit artikel is van toepassing op de benoemde waarnemend commissaris.
a. per maand het bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging;
b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer,
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente waar hij werkt:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van eigen vervoer, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
3. Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten voor tijdelijke huisvesting in de provincie waarin hij is benoemd. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken.
4. Onder de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot.
5. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de provincie aan de commissaris vergoed.
6. Dit artikel is van toepassing op de benoemde waarnemend commissaris.