BWBR0016413
Geldig vanaf 2004-02-29
Artikel 7
Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in BIBOB-sectoren
De aanbestedende dienst beoordeelt steeds per voorgenomen:
a. verstrekking van een overheidsopdracht,
b. sluiting van een raamovereenkomst, of
c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,
en met inachtneming van het gestelde in de artikelen 5en 6, of gelet op de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, of het advies, bedoeld in artikel 4, een gegadigde of zijn onderaannemer moet worden uitgesloten van de aanbesteding, en neemt daarbij in ieder geval de volgende aspecten in overweging:
a. de maatregelen die een gegadigde of zijn onderaannemer heeft getroffen om herhaling van de schending de beroepsgedragsregels, of herhaling van de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep te voorkomen;
b. de zwaarte van de schending de beroepsgedragsregels, of de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep;
c. het totale aantal schendingen de beroepsgedragsregels, of ernstige fouten in de uitoefening van zijn beroep voorafgaand aan de aanbesteding;
d. de sinds de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of schending de beroepsgedragsregels verstreken tijd;
e. de opgelegde straf;
f. de mate van betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de gegadigde of zijn onderaannemer bij de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of schending de beroepsgedragsregels.
a. verstrekking van een overheidsopdracht,
b. sluiting van een raamovereenkomst, of
c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,
en met inachtneming van het gestelde in de artikelen 5en 6, of gelet op de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, of het advies, bedoeld in artikel 4, een gegadigde of zijn onderaannemer moet worden uitgesloten van de aanbesteding, en neemt daarbij in ieder geval de volgende aspecten in overweging:
a. de maatregelen die een gegadigde of zijn onderaannemer heeft getroffen om herhaling van de schending de beroepsgedragsregels, of herhaling van de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep te voorkomen;
b. de zwaarte van de schending de beroepsgedragsregels, of de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep;
c. het totale aantal schendingen de beroepsgedragsregels, of ernstige fouten in de uitoefening van zijn beroep voorafgaand aan de aanbesteding;
d. de sinds de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of schending de beroepsgedragsregels verstreken tijd;
e. de opgelegde straf;
f. de mate van betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de gegadigde of zijn onderaannemer bij de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of schending de beroepsgedragsregels.