BWBR0016391
Geldig vanaf 2004-02-26
Artikel 5
Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs
1. Voor subsidieverlening is ten behoeve van elk van de schooljaren 2004 - 2005, 2005 - 2006 en 2006 - 2007 een bedrag van € 1.800.000 beschikbaar.
2. De minister kent het voor subsidie beschikbare bedrag aan schoolbesturen toe in volgorde van ontvangst van de aanvragen.
3. Bij de toekenning wordt, met inachtneming van het tweede lid, een evenredige toekenning aangehouden over de in de bijlage genoemde regio’s. Ten behoeve van aanvragende schoolbesturen die binnen deze regio’s vallen, is voor elke regio allereerst een bedrag beschikbaar dat overeenkomt met 10% van het aantal leerlingen dat onder de desbetreffende partij ressorteert op de teldatum 1 oktober 2003 in het basis- en (voortgezet) speciaal onderwijs.
4. Indien met toekenning op grond van het derde lid, het subsidieplafond wordt bereikt, worden de resterende aanvragen afgewezen.
5. Indien na toekenning op grond van het derde lid, het voor subsidie beschikbare bedrag niet is uitgeput, is het resterende bedrag voor gelijke bedragen beschikbaar voor de in de bijlage genoemde partijen ten behoeve van de schoolbesturen waarvan de aanvraag nog niet werd toegekend. Bij de toekenning wordt het tweede lid in acht genomen.
6. De in het vijfde lid bedoelde verdeling wordt herhaald totdat het voor subsidie beschikbare bedrag is uitgeput dan wel totdat alle aanvragen zijn toegewezen.
2. De minister kent het voor subsidie beschikbare bedrag aan schoolbesturen toe in volgorde van ontvangst van de aanvragen.
3. Bij de toekenning wordt, met inachtneming van het tweede lid, een evenredige toekenning aangehouden over de in de bijlage genoemde regio’s. Ten behoeve van aanvragende schoolbesturen die binnen deze regio’s vallen, is voor elke regio allereerst een bedrag beschikbaar dat overeenkomt met 10% van het aantal leerlingen dat onder de desbetreffende partij ressorteert op de teldatum 1 oktober 2003 in het basis- en (voortgezet) speciaal onderwijs.
4. Indien met toekenning op grond van het derde lid, het subsidieplafond wordt bereikt, worden de resterende aanvragen afgewezen.
5. Indien na toekenning op grond van het derde lid, het voor subsidie beschikbare bedrag niet is uitgeput, is het resterende bedrag voor gelijke bedragen beschikbaar voor de in de bijlage genoemde partijen ten behoeve van de schoolbesturen waarvan de aanvraag nog niet werd toegekend. Bij de toekenning wordt het tweede lid in acht genomen.
6. De in het vijfde lid bedoelde verdeling wordt herhaald totdat het voor subsidie beschikbare bedrag is uitgeput dan wel totdat alle aanvragen zijn toegewezen.