1. Indien de zending van huursubsidieberichten en beperkte huursubsidieberichten, bedoeld in
artikel 30a, eerste lid, van de Huursubsidiewet, het met betrekking tot die zending zenden van gegevens, bedoeld in
artikel 30aa, eerste lid, van die wet, het stellen van een termijn, bedoeld in
artikel 30aa, tweede lid, van die wet, het verstrekken van gegevens ten behoeve van het opstellen van huursubsidieberichten of beperkte huursubsidieberichten, bedoeld in
artikel 30b, eerste lid, van die wet, of het uitbetalen van een voorschot, bedoeld in
artikel 31, derde lid, van die wet, plaatsvindt vóór de inwerkingtreding van deze wet, wordt die zending van huursubsidieberichten of beperkte huursubsidieberichten, die zending van gegevens, dat stellen van een termijn, die gegevensverstrekking of die uitbetaling aangemerkt als te hebben plaatsgevonden ingevolge het betrokken genoemde artikellid van de
Huursubsidiewet, zoals dit komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, zijn de
artikelen 22aen
28 tot en met 30 van de Huursubsidiewet, zoals zij laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, niet van toepassing.