BWBR0016305
Geldig vanaf 2004-01-31
Artikel 7
Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004
1. De laadruimte van een gesloten voertuig heeft aan de bovenzijde een permanent aangedreven afzuiging en is voorzien van openingen aan de onderzijde.
2. De elektrische installatie als geheel voldoet aan de randnummers 9.2.2.2 en 9.2.2.6 van bijlage 1 bij de VLG.
3. Het brandstofreservoir van het voertuig voldoet aan randnummer 9.2.4.3 van bijlage 1 bij de VLG.
4. De motor van het voertuig is zodanig uitgerust en geplaatst, dat gevaar voor de lading door verwarming of ontsteking wordt vermeden.
5. Het uitlaatsysteem alsmede de uitlaatleidingen zijn zodanig gericht of beschermd, dat gevaar voor de lading ten gevolge van verwarming of ontsteking wordt vermeden.
6. Verwarmingstoestellen voldoen aan randnummer 9.2.4.7 van bijlage 1 bij de VLG.
7. Het tweede lid is niet van toepassing op een trekkend voertuig, waarvan de laadruimte geen deel uitmaakt.
2. De elektrische installatie als geheel voldoet aan de randnummers 9.2.2.2 en 9.2.2.6 van bijlage 1 bij de VLG.
3. Het brandstofreservoir van het voertuig voldoet aan randnummer 9.2.4.3 van bijlage 1 bij de VLG.
4. De motor van het voertuig is zodanig uitgerust en geplaatst, dat gevaar voor de lading door verwarming of ontsteking wordt vermeden.
5. Het uitlaatsysteem alsmede de uitlaatleidingen zijn zodanig gericht of beschermd, dat gevaar voor de lading ten gevolge van verwarming of ontsteking wordt vermeden.
6. Verwarmingstoestellen voldoen aan randnummer 9.2.4.7 van bijlage 1 bij de VLG.
7. Het tweede lid is niet van toepassing op een trekkend voertuig, waarvan de laadruimte geen deel uitmaakt.