BWBR0016290
Geldig vanaf 2005-09-23
Artikel 9
Regeling nationale en bovenregionale recherche
1. Er is een bovenregionaal rechercheoverleg (BRO) dat onderzoeken toewijst aan de bovenregionale rechercheteams, taakaccenten toewijst en zorgdraagt voor inzicht in de aanpak van alsmede de beleidsmatige en beheersmatige afstemming met betrekking tot de uitoefening van de taak als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met d, door de bovenregionale rechercheteams.
2. Het BRO bestaat uit twee (fungerend)hoofdofficieren van justitie van arrondissementsparketten, twee korpsbeheerders van regionale politiekorpsen, alsmede twee korpschefs van regionale politiekorpsen. De leden van het BRO worden benoemd door de ministers. De korpsbeheerders en de korpschefs worden voorgedragen uit de kringen van de korpsbeheerders respectievelijk de korpschefs.
3. Eén van de (fungerend) hoofdofficieren van justitie treedt op als voorzitter van het BRO.
4. De voorzitter van het BRO doet jaarlijks namens het BRO verslag aan de ministers over de werkzaamheden van het bovenregionaal rechercheoverleg en de milieukamer, bedoeld in artikel 9a, eerste lid. Het verslag wordt toegezonden aan de korpsbeheerders van de centrumkorpsen.
2. Het BRO bestaat uit twee (fungerend)hoofdofficieren van justitie van arrondissementsparketten, twee korpsbeheerders van regionale politiekorpsen, alsmede twee korpschefs van regionale politiekorpsen. De leden van het BRO worden benoemd door de ministers. De korpsbeheerders en de korpschefs worden voorgedragen uit de kringen van de korpsbeheerders respectievelijk de korpschefs.
3. Eén van de (fungerend) hoofdofficieren van justitie treedt op als voorzitter van het BRO.
4. De voorzitter van het BRO doet jaarlijks namens het BRO verslag aan de ministers over de werkzaamheden van het bovenregionaal rechercheoverleg en de milieukamer, bedoeld in artikel 9a, eerste lid. Het verslag wordt toegezonden aan de korpsbeheerders van de centrumkorpsen.