BWBR0016284
Geldig vanaf 29-02-2004
Artikel 2
Besluit tegemoetkoming destructie broedeieren en eendagskuikens wegens uitbraak Aviaire Influenza (PPE) 2004
1. Op aanvraag van de ondernemer verstrekt de voorzitter ten laste van het fonds, met inachtneming van de volgende bepalingen, een eenmalige tegemoetkoming in verband met de vernietiging van broedeieren en eendagskuikens vanwege de uitbraak van Aviaire Influenza, voor zover de onderneming in de periode vanaf 1 maart 2003 tot en met 22 augustus 2003 was gelegen in een vervoersbeperkingsgebied en gedurende voornoemde periode een verbod op het vervoer van broedeieren en eendagskuikens in het vervoersbeperkingsgebied van kracht was.
2. De tegemoetkoming wordt toegekend op basis van het aantal en de soort broedeieren die zich op het moment van het van kracht worden van het in het eerste lid bedoelde verbod in de periode vanaf 1 maart 2003 tot en met 22 augustus 2003 in de onderneming in de broedmachines bevonden of door de ondernemer op voorraad zijn gehouden bestemd om te worden ingelegd, alsmede verkregen eendagskuikens, en die voor destructie zijn afgevoerd voor zover de onderneming op het moment van het van kracht worden van het in het eerste lid bedoelde verbod was gelegen in het desbetreffende vervoersbeperkingsgebied.
3. De tegemoetkoming voor de in het tweede lid bedoelde broedeieren en eendagskuikens wordt berekend aan de hand van de in Bijlage I opgenomen waardetabel en kan worden aangepast aan de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen gehonoreerde bedragen.
4. De overeenkomstig het derde lid berekende tegemoetkoming wordt vermeerderd met de kosten van destructie van de in het tweede lid bedoelde broedeieren en eendagskuikens voor zover deze kosten door de aanvrager naar oordeel van de voorzitter afdoende zijn verantwoord aan de hand van de in artikel 3, tweede lid, tweede gedachtestreepje, bedoelde bewijzen.
5. Voor zover de aanvrager het in artikel 3, tweede lid, derde gedachtestreepje, bedoelde bewijs niet levert, wordt op de overeenkomstig het derde lid berekende tegemoetkoming een bedrag van € 0,0015 per broedei in mindering gebracht.
2. De tegemoetkoming wordt toegekend op basis van het aantal en de soort broedeieren die zich op het moment van het van kracht worden van het in het eerste lid bedoelde verbod in de periode vanaf 1 maart 2003 tot en met 22 augustus 2003 in de onderneming in de broedmachines bevonden of door de ondernemer op voorraad zijn gehouden bestemd om te worden ingelegd, alsmede verkregen eendagskuikens, en die voor destructie zijn afgevoerd voor zover de onderneming op het moment van het van kracht worden van het in het eerste lid bedoelde verbod was gelegen in het desbetreffende vervoersbeperkingsgebied.
3. De tegemoetkoming voor de in het tweede lid bedoelde broedeieren en eendagskuikens wordt berekend aan de hand van de in Bijlage I opgenomen waardetabel en kan worden aangepast aan de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen gehonoreerde bedragen.
4. De overeenkomstig het derde lid berekende tegemoetkoming wordt vermeerderd met de kosten van destructie van de in het tweede lid bedoelde broedeieren en eendagskuikens voor zover deze kosten door de aanvrager naar oordeel van de voorzitter afdoende zijn verantwoord aan de hand van de in artikel 3, tweede lid, tweede gedachtestreepje, bedoelde bewijzen.
5. Voor zover de aanvrager het in artikel 3, tweede lid, derde gedachtestreepje, bedoelde bewijs niet levert, wordt op de overeenkomstig het derde lid berekende tegemoetkoming een bedrag van € 0,0015 per broedei in mindering gebracht.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016284
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl