BWBR0016282
Geldig vanaf 2004-01-29
Artikel 2
Subsidieregeling Europese milieusamenwerking 2004
De Staatssecretaris kan aan een aanvrager subsidie verstrekken in de kosten van een project ter bevordering van Europese milieusamenwerking met in het bijzonder als doel:
a. de verdere vergroening van beleid van de Europese Unie: 1°. beïnvloeding van de Europese instellingen bij het realiseren van ambities als neergelegd in de notitie ‘Nederland in de EU: de Europese milieu-agenda’ (Tweede Kamer 2002–2003, 28663 nr. 6);
2°. het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van milieubeleid in relatie tot de uitbreiding van de Europese Unie: dit betreft zowel de landen die per 1 mei 2004 verwachten toe te treden als Roemenië, Bulgarije en Turkije;
1°. beïnvloeding van de Europese instellingen bij het realiseren van ambities als neergelegd in de notitie ‘Nederland in de EU: de Europese milieu-agenda’ (Tweede Kamer 2002–2003, 28663 nr. 6);
2°. het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van milieubeleid in relatie tot de uitbreiding van de Europese Unie: dit betreft zowel de landen die per 1 mei 2004 verwachten toe te treden als Roemenië, Bulgarije en Turkije;
b. het ontwikkelen van voorstellen in de lijn van duurzame ontwikkeling en ‘goed bestuur’ voor de Intergouvernementele Conferentie (IGC) 2003/2004 en de organisatie van draagvlak voor deze voorstellen;
c. het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie in 2004; het beïnvloeden van de Europese instellingen bij het realiseren van de ambities die in het Iers/Nederlands EU jaarprogramma 2004 zullen worden vastgesteld;
d. nadere invulling van de afspraken van de 5e Ministeriële Conferentie ‘Environment for Europe’ (Kiev, 21–23 mei 2003), in het bijzonder met betrekking tot de Milieustrategie voor de landen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië (EECCA Environment Strategy);
e. het bevorderen van de uitvoering van de VNECE-milieuverdragen.
a. de verdere vergroening van beleid van de Europese Unie: 1°. beïnvloeding van de Europese instellingen bij het realiseren van ambities als neergelegd in de notitie ‘Nederland in de EU: de Europese milieu-agenda’ (Tweede Kamer 2002–2003, 28663 nr. 6);
2°. het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van milieubeleid in relatie tot de uitbreiding van de Europese Unie: dit betreft zowel de landen die per 1 mei 2004 verwachten toe te treden als Roemenië, Bulgarije en Turkije;
1°. beïnvloeding van de Europese instellingen bij het realiseren van ambities als neergelegd in de notitie ‘Nederland in de EU: de Europese milieu-agenda’ (Tweede Kamer 2002–2003, 28663 nr. 6);
2°. het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van milieubeleid in relatie tot de uitbreiding van de Europese Unie: dit betreft zowel de landen die per 1 mei 2004 verwachten toe te treden als Roemenië, Bulgarije en Turkije;
b. het ontwikkelen van voorstellen in de lijn van duurzame ontwikkeling en ‘goed bestuur’ voor de Intergouvernementele Conferentie (IGC) 2003/2004 en de organisatie van draagvlak voor deze voorstellen;
c. het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie in 2004; het beïnvloeden van de Europese instellingen bij het realiseren van de ambities die in het Iers/Nederlands EU jaarprogramma 2004 zullen worden vastgesteld;
d. nadere invulling van de afspraken van de 5e Ministeriële Conferentie ‘Environment for Europe’ (Kiev, 21–23 mei 2003), in het bijzonder met betrekking tot de Milieustrategie voor de landen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië (EECCA Environment Strategy);
e. het bevorderen van de uitvoering van de VNECE-milieuverdragen.