BWBR0016244
Geldig vanaf 2004-12-29
Artikel 2
Regeling visvergunning
1. Het is verboden zonder geldige visvergunning met een vissersvaartuig dan wel een vaartuig dat is geregistreerd in een andere lidstaat dan Nederland, de visserij uit te oefenen op de bestanden, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening nr. 2371/2002, tenzij het een vissersvaartuig betreft waarmee uitsluitend de visserij, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Visserijwet 1963wordt uitgeoefend.
2. Een visvergunning wordt op aanvraag door de minister verleend overeenkomstig artikel 2a.
3. De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit, alsmede de mededeling, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluitwordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.
4. De ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien waarvan een visvergunning is verleend, of diens gemachtigde heeft de visvergunning aan boord van het vissersvaartuig aanwezig.
2. Een visvergunning wordt op aanvraag door de minister verleend overeenkomstig artikel 2a.
3. De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 6 van het Registratiebesluit, alsmede de mededeling, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluitwordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.
4. De ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien waarvan een visvergunning is verleend, of diens gemachtigde heeft de visvergunning aan boord van het vissersvaartuig aanwezig.