BWBR0016206
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel XIV
Belastingplan 2004
1. De accijns voor sigaretten wordt met ingang van 1 februari 2004 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse sigaretten € 18,40 per 1000 stuks hoger zal liggen dan het accijnsbedrag voor deze prijsklasse op 31 januari 2004. Indien met ingang van 1 februari 2004 het aldus berekende accijnsbedrag lager is dan het bedrag dat overeenkomt met 57 percent van de kleinhandelsprijs van de meest gevraagde prijsklasse sigaretten, berekend per 1000 stuks, geldt het laatstbedoelde bedrag.
2. De accijns van rooktabak wordt met ingang van 1 februari 2004 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse rooktabak € 9,20 per kilogram hoger zal liggen dan het accijnsbedrag voor deze prijsklasse op 31 januari 2004.
3. Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 februari 2004 de tarieven van de accijns, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet op de accijnsaangepast. De aanpassing geschiedt zodanig dat voor sigaretten en rooktabak van de meest gevraagde prijsklasse het specifieke gedeelte van de accijns 50% bedraagt van de som van de totale accijns en de omzetbelasting. Daarbij dient het bedrag van de totale accijns gelijk te blijven aan het bedrag van de totale accijns dat na de verhoging van de accijns verschuldigd zou zijn zonder de aanpassing. Bij de aanpassing vindt afronding plaats van het procentuele gedeelte van de accijns op honderdsten van een percent.
2. De accijns van rooktabak wordt met ingang van 1 februari 2004 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse rooktabak € 9,20 per kilogram hoger zal liggen dan het accijnsbedrag voor deze prijsklasse op 31 januari 2004.
3. Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 februari 2004 de tarieven van de accijns, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet op de accijnsaangepast. De aanpassing geschiedt zodanig dat voor sigaretten en rooktabak van de meest gevraagde prijsklasse het specifieke gedeelte van de accijns 50% bedraagt van de som van de totale accijns en de omzetbelasting. Daarbij dient het bedrag van de totale accijns gelijk te blijven aan het bedrag van de totale accijns dat na de verhoging van de accijns verschuldigd zou zijn zonder de aanpassing. Bij de aanpassing vindt afronding plaats van het procentuele gedeelte van de accijns op honderdsten van een percent.