BWBR0016195
Geldig vanaf 2003-12-26
Artikel 3
Mandaatbesluit Voedsel en Waren Autoriteit
De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, de kringdirecteuren en de plaatsvervangend kringdirecteuren van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:
a. de besluiten, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, 24, 29, eerste lid, 31b, eerste lid, 88, tweede lid, 101, tweede lid, en 104, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in of krachtens artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
c. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
d. besluiten op grond van het Besluit verdachte dieren;
e. besluiten op grond van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
f. besluiten op grond van de Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten;
g. besluiten als bedoeld in de artikelen 4 en 6 van de Regeling dioxine in vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens;
h. ontheffingen als bedoeld in artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van een op grond van artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldend vervoersverbod dat is vastgesteld wegens een uitbraak van een aangewezen dierziekte;
i. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en in artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in verband met het grensbeweiden van vee in België en Duitsland;
j. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in de artikelen 9a, eerste lid, en 9k, eerste lid, van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, in verband met het houden van tentoonstellingen en stamboekkeuringen van runderen, schapen en geiten.
k. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten, in verband met het houden van tentoonstellingen en stamboekkeuringen van runderen, schapen en geiten.
l. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 maart 2001, nr. TRCJZ/2001/2818, houdende uitbreiding van reinigings- en ontsmettingsmaatregelen vervoermiddelen evenhoevigen (Stcrt. 44) in geval runderen, schapen of geiten worden vervoerd naar een tentoonstelling of een stamboekkeuring, de runderen, schapen of geiten na afloop van de tentoonstelling of stamboekkeuring worden vervoerd naar de plaats van herkomst of het slachthuis en het vervoermiddel waarmee de runderen, schapen of geiten worden vervoerd tijdens de tentoonstelling of stamboekkeuring het terrein waarop de dieren verblijven niet verlaat;
m. het besluit tot toepassing van bestuursdwang van de artikelen 106 en 117 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 96 van de Veewet, alsmede om ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit of van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
n. de uitvoering, bedoeld in artikel 27 van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003, alsmede om ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit of van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die dit besluit uitvoeren;
o. de goedkeuring van protocollen als bedoeld in de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003;
p. de verklaring, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
q. de toestemming, bedoeld in de artikelen 3.13a en 3.13b, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en de artikelen 4.23, derde lid, en 5.19, derde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
r. het besluit, bedoeld in artikel 4.11a, derde en vierde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
s. het besluit dat een slachthuis heeft aangetoond dat karkassen met een uitgesproken seksuele geur kunnen worden opgespoord, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, onder 3, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
t. de goedkeuring, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
u. besluiten op grond de artikelen 28, 29, 30, tweede lid, 38, 44, 46, tweede lid, 48, 52a, derde lid, 53, 57, 60, 63, tweede lid, van de Regeling aquicultuur;
v. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven keuring vlees en vleesproducten 1993;
w. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
x. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling vergoeding werkzaamheden op verzoek 1993;
y. de vaststelling van vergoedingen op grond van het Besluit tarieven in- en doorvoer veeproducten 1993;
z. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven in- en doorvoer overige producten 1993;
aa. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000;
bb. de ontheffing, bedoeld in artikel 8 van de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen.
a. de besluiten, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid, 24, 29, eerste lid, 31b, eerste lid, 88, tweede lid, 101, tweede lid, en 104, tweede en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in of krachtens artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
c. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
d. besluiten op grond van het Besluit verdachte dieren;
e. besluiten op grond van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
f. besluiten op grond van de Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten;
g. besluiten als bedoeld in de artikelen 4 en 6 van de Regeling dioxine in vleeskuikenouderdieren en vleeskuikens;
h. ontheffingen als bedoeld in artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van een op grond van artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geldend vervoersverbod dat is vastgesteld wegens een uitbraak van een aangewezen dierziekte;
i. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en in artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in verband met het grensbeweiden van vee in België en Duitsland;
j. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in de artikelen 9a, eerste lid, en 9k, eerste lid, van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, in verband met het houden van tentoonstellingen en stamboekkeuringen van runderen, schapen en geiten.
k. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten, in verband met het houden van tentoonstellingen en stamboekkeuringen van runderen, schapen en geiten.
l. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 maart 2001, nr. TRCJZ/2001/2818, houdende uitbreiding van reinigings- en ontsmettingsmaatregelen vervoermiddelen evenhoevigen (Stcrt. 44) in geval runderen, schapen of geiten worden vervoerd naar een tentoonstelling of een stamboekkeuring, de runderen, schapen of geiten na afloop van de tentoonstelling of stamboekkeuring worden vervoerd naar de plaats van herkomst of het slachthuis en het vervoermiddel waarmee de runderen, schapen of geiten worden vervoerd tijdens de tentoonstelling of stamboekkeuring het terrein waarop de dieren verblijven niet verlaat;
m. het besluit tot toepassing van bestuursdwang van de artikelen 106 en 117 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 96 van de Veewet, alsmede om ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit of van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
n. de uitvoering, bedoeld in artikel 27 van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003, alsmede om ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit of van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen die dit besluit uitvoeren;
o. de goedkeuring van protocollen als bedoeld in de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003;
p. de verklaring, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
q. de toestemming, bedoeld in de artikelen 3.13a en 3.13b, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en de artikelen 4.23, derde lid, en 5.19, derde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
r. het besluit, bedoeld in artikel 4.11a, derde en vierde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
s. het besluit dat een slachthuis heeft aangetoond dat karkassen met een uitgesproken seksuele geur kunnen worden opgespoord, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, onder 3, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
t. de goedkeuring, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
u. besluiten op grond de artikelen 28, 29, 30, tweede lid, 38, 44, 46, tweede lid, 48, 52a, derde lid, 53, 57, 60, 63, tweede lid, van de Regeling aquicultuur;
v. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven keuring vlees en vleesproducten 1993;
w. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
x. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling vergoeding werkzaamheden op verzoek 1993;
y. de vaststelling van vergoedingen op grond van het Besluit tarieven in- en doorvoer veeproducten 1993;
z. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling tarieven in- en doorvoer overige producten 1993;
aa. de vaststelling van vergoedingen op grond van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000;
bb. de ontheffing, bedoeld in artikel 8 van de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen.