BWBR0016173
Geldig vanaf 2004-01-23
Artikel VIII
Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (verruiming van de bestedingsvrijheid voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs)
1. Het bedrag dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ondergebracht in het fonds, bedoeld in artikel 131 van de Wet op het primair onderwijsof artikel 126 van de Wet op de expertisecentrazoals die artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, wordt toegevoegd aan het schoolbudget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 van de Wet op het primair onderwijs, onderscheidenlijk artikel 124 van de Wet op de expertisecentra.
2. Het bedrag dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ondergebracht in het fonds, bedoeld in artikel 99, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die bepaling luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, wordt voor de kosten van het personeel, zoals onderscheiden in de artikelen 32en 32a, of voor voorzieningen in de exploitatie aangewend en kan in geval van een overschot op dat bedrag worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting. Artikel 99, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijsis van overeenkomstige toepassing op het bedrag, bedoeld in de eerste volzin.
2. Het bedrag dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ondergebracht in het fonds, bedoeld in artikel 99, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die bepaling luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, wordt voor de kosten van het personeel, zoals onderscheiden in de artikelen 32en 32a, of voor voorzieningen in de exploitatie aangewend en kan in geval van een overschot op dat bedrag worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting. Artikel 99, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijsis van overeenkomstige toepassing op het bedrag, bedoeld in de eerste volzin.