BWBR0016132
Geldig vanaf 2003-12-26
Artikel 2
Instellingsbesluit CTBP-O
1. Er is een commissie toezicht bescherming persoonsgegevens OCW-veld.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het aan de plaatsvervangend secretaris-generaal uitbrengen van een oordeel over de wijze waarop invulling is gegeven aan het beleid dat ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens door het ministerie en de IB-Groep is ontwikkeld.
b. Het aan de plaatsvervangend secretaris-generaal uitbrengen van een oordeel over de administratief-organisatorische en technische maatregelen die ter waarborging van de (geautomatiseerde) gegevensverwerking zijn getroffen.
c. Het aan de plaatsvervangend secretaris-generaal uitbrengen van een oordeel over de uitvoering van het beleid met betrekking tot privacy-audits, met name wat betreft de keuze van de objecten, het onderzoekprogramma, de rapportages en de realisatie door de organisatie van de daarin opgenomen aanbevelingen.
d. Het na overleg met de betrokken functionaris voor de gegevensbescherming en na toestemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal zelfstandig opdracht geven tot het uitvoeren van audits naast hetgeen reeds in opdracht van de functionaris voor de gegevensbescherming van het ministerie of de IB-Groep geschiedt.
e. Het op verzoek of op eigen initiatief uitbrengen van advies aan de plaatsvervangend secretaris-generaal met betrekking tot de beleidsuitvoering ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens.
f. Het onderhouden van relevante contacten met externe organen, waaronder het College bescherming persoonsgegevens.
g. Het opstellen van een jaarverslag over de werkzaamheden en bevindingen van de commissie.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het aan de plaatsvervangend secretaris-generaal uitbrengen van een oordeel over de wijze waarop invulling is gegeven aan het beleid dat ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens door het ministerie en de IB-Groep is ontwikkeld.
b. Het aan de plaatsvervangend secretaris-generaal uitbrengen van een oordeel over de administratief-organisatorische en technische maatregelen die ter waarborging van de (geautomatiseerde) gegevensverwerking zijn getroffen.
c. Het aan de plaatsvervangend secretaris-generaal uitbrengen van een oordeel over de uitvoering van het beleid met betrekking tot privacy-audits, met name wat betreft de keuze van de objecten, het onderzoekprogramma, de rapportages en de realisatie door de organisatie van de daarin opgenomen aanbevelingen.
d. Het na overleg met de betrokken functionaris voor de gegevensbescherming en na toestemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal zelfstandig opdracht geven tot het uitvoeren van audits naast hetgeen reeds in opdracht van de functionaris voor de gegevensbescherming van het ministerie of de IB-Groep geschiedt.
e. Het op verzoek of op eigen initiatief uitbrengen van advies aan de plaatsvervangend secretaris-generaal met betrekking tot de beleidsuitvoering ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens.
f. Het onderhouden van relevante contacten met externe organen, waaronder het College bescherming persoonsgegevens.
g. Het opstellen van een jaarverslag over de werkzaamheden en bevindingen van de commissie.