BWBR0016119
Geldig vanaf 03-03-2004
Artikel 10
Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens
1. De gerechtsdeurwaarder verstrekt de wederpartij overeenkomstig artikel 35 Wbp op diens schriftelijk verzoek en na deugdelijke vaststelling van diens identiteit, binnen vier weken nadat het verzoek is gedaan, een overzicht van de van hem verwerkte gegevens.
2. De in lid 1 opgenomen verplichting geldt niet indien gewichtige belangen van anderen, de gerechtsdeurwaarder daaronder begrepen, zich tegen de verstrekking verzetten.
3. De gerechtsdeurwaarder is, met inachtneming van het bij of krachtens artikel 39, eerste lid Wbp bepaalde, gerechtigd aan de wederpartij voor het op diens verzoek verstrekken van de gegevens met betrekking tot de verwerking, een vergoeding van kosten te vragen, welke vergoeding wordt teruggegeven in geval tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van verwerkte persoonsgegevens is overgegaan.
2. De in lid 1 opgenomen verplichting geldt niet indien gewichtige belangen van anderen, de gerechtsdeurwaarder daaronder begrepen, zich tegen de verstrekking verzetten.
3. De gerechtsdeurwaarder is, met inachtneming van het bij of krachtens artikel 39, eerste lid Wbp bepaalde, gerechtigd aan de wederpartij voor het op diens verzoek verstrekken van de gegevens met betrekking tot de verwerking, een vergoeding van kosten te vragen, welke vergoeding wordt teruggegeven in geval tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van verwerkte persoonsgegevens is overgegaan.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016119
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl