BWBR0016112
Geldig vanaf 2003-12-25
Artikel 7
Regeling cultuurprojecten 2004
1. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën, de verklaring intrekken indien:
a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
b. blijkt dat de uitvoering van het project zodanig afwijkt van het project op grond waarvan de verklaring is afgegeven, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de gewijzigde uitvoering bekend zou zijn geweest;
c. blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert;
d. niet voldaan wordt aan één of meer van de voorwaarden die in de verklaring zijn opgenomen;
e. de melding bedoeld in artikel 8 niet onverwijld is geschied.
2. Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
3. Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager die ingevolge artikel 4, eerste lid, een aanvraag heeft ingediend.
4. Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en de inspecteur Belastingdienst Amsterdam.
a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
b. blijkt dat de uitvoering van het project zodanig afwijkt van het project op grond waarvan de verklaring is afgegeven, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de gewijzigde uitvoering bekend zou zijn geweest;
c. blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert;
d. niet voldaan wordt aan één of meer van de voorwaarden die in de verklaring zijn opgenomen;
e. de melding bedoeld in artikel 8 niet onverwijld is geschied.
2. Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
3. Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager die ingevolge artikel 4, eerste lid, een aanvraag heeft ingediend.
4. Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en de inspecteur Belastingdienst Amsterdam.