BWBR0016053
Geldig vanaf 2003-12-25
Artikel 1
Mandaat bevoegdheid beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar
1. Het afleggen van de eden, verklaring en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, geschiedt in handen van de als direct toezichthouder aangewezen korpschef van een regionaal politiekorps of de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
2. Indien de te beëdigen persoon behoort tot een dienst die ressorteert onder enig ministerie, geschiedt de beëdiging in handen van het hoofd van die dienst.
2. Indien de te beëdigen persoon behoort tot een dienst die ressorteert onder enig ministerie, geschiedt de beëdiging in handen van het hoofd van die dienst.