BWBR0016031
Geldig vanaf 2003-12-17
Artikel 3
Instellingsbesluit DLG-raad
1. De DLG-Raad bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en vier leden, die telkens voor een periode van ten hoogste vier jaar worden benoemd. Voorzitter en leden zijn na afloop van een periode terstond herbenoembaar.
2. De voorzitter wordt benoemd en ontslagen door de minister.
3. Van de vier leden wordt de helft op voordracht van de gezamenlijke provincies en de andere helft op voordracht van de minister, de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gezamenlijk benoemd en ontslagen.
4. De directeur DLG is belast met het secretariaat van de DLG-Raad, maar maakt van de Raad geen deel uit.
5. De DLG-raad vergadert zo dikwijls de voorzitter of een lid van de raad het verlangt maar ten minste vier maal per jaar.
2. De voorzitter wordt benoemd en ontslagen door de minister.
3. Van de vier leden wordt de helft op voordracht van de gezamenlijke provincies en de andere helft op voordracht van de minister, de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gezamenlijk benoemd en ontslagen.
4. De directeur DLG is belast met het secretariaat van de DLG-Raad, maar maakt van de Raad geen deel uit.
5. De DLG-raad vergadert zo dikwijls de voorzitter of een lid van de raad het verlangt maar ten minste vier maal per jaar.