BWBR0016029
Geldig vanaf 2003-12-31
Artikel 7
Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering
1. Het bedrijfschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid, van de wetop, gebaseerd op een van de volgende grondslagen:
a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
b. de in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld bereikte omzet of categorieën van omzet;
c. het als loon aan te merken bedrag of categorieën van bedragen van de personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.
2. Heffingen kunnen, behoudens een met inachtneming van het eerste lid vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
4. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt berekend.
a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
b. de in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld bereikte omzet of categorieën van omzet;
c. het als loon aan te merken bedrag of categorieën van bedragen van de personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.
2. Heffingen kunnen, behoudens een met inachtneming van het eerste lid vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
4. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt berekend.