BWBR0016003
Geldig vanaf 2003-12-15
Artikel 5
Regeling pilot AOE-hond
1. De keuring van de combinatie van geleider en AOE-hond geschiedt door de rijksgecommitteerden op basis van het voorlopig keuringsreglement.
2. Aan de keuring kunnen slechts deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid en door de korpsbeheerder zijn aangewezen als geleider.
3. Aan een AOE-hond worden tenminste de volgende, in het voorlopig keuringsreglement nader omschreven, eisen gesteld:
a. volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de geleider;
b. kunnen participeren in procedures temidden van de leden van de aanhoudings- en ondersteuningseenheid;
c. onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand niet hoorbaar zijn;
d. vaardigheid in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn;
e. het vermogen om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen.
4. De AOE-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
2. Aan de keuring kunnen slechts deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid en door de korpsbeheerder zijn aangewezen als geleider.
3. Aan een AOE-hond worden tenminste de volgende, in het voorlopig keuringsreglement nader omschreven, eisen gesteld:
a. volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de geleider;
b. kunnen participeren in procedures temidden van de leden van de aanhoudings- en ondersteuningseenheid;
c. onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand niet hoorbaar zijn;
d. vaardigheid in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn;
e. het vermogen om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen.
4. De AOE-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.