BWBR0015976
Geldig vanaf 2004-10-23
Artikel 4
Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht en Invorderingswet 1990 Bureau Heffingen
Voor de toepassing van dit besluit wordt paragraaf 2.1 van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997als volgt gelezen:
De Awbis van toepassing op besluiten van bestuursorganen. De inspecteur, de ontvanger, de directeur Financieel-economische Zaken van het Ministerie van LNV en de Minister van LNV zijn bestuursorgaan in de zin van de Awb. Organen van de rechterlijke macht en de wetgevende macht zijn geen bestuursorgaan.
In artikel 3, derde lid, van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet(Regeling van 19 december 1997, Stcrt. 247) is de directeur van het Bureau Heffingen aangewezen als inspecteur en ontvanger van het bureau. Omdat de bevoegdheidsuitoefening binnen het Bureau Heffingen veelal plaatsvindt in mandaat, wijst de directeur ambtenaren van het Bureau Heffingen aan die namens hem de bevoegdheid van inspecteur onderscheidenlijk ontvanger uitoefenen. Dit is vastgelegd in mandaatbesluiten. Deze vermelden de ambtenaren die bevoegd zijn namens de inspecteur besluiten te nemen en die bevoegd zijn namens de ontvanger besluiten te nemen. Aan dezelfde ambtenaar wordt geen algemeen mandaat verleend voor de bevoegdheden van zowel de inspecteur als de ontvanger. Wel is het mogelijk dat voor een bepaald geval hierop een uitzondering wordt gemaakt door middel van het verlenen van een bijzonder mandaat.
De Awbis van toepassing op besluiten van bestuursorganen. De inspecteur, de ontvanger, de directeur Financieel-economische Zaken van het Ministerie van LNV en de Minister van LNV zijn bestuursorgaan in de zin van de Awb. Organen van de rechterlijke macht en de wetgevende macht zijn geen bestuursorgaan.
In artikel 3, derde lid, van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet(Regeling van 19 december 1997, Stcrt. 247) is de directeur van het Bureau Heffingen aangewezen als inspecteur en ontvanger van het bureau. Omdat de bevoegdheidsuitoefening binnen het Bureau Heffingen veelal plaatsvindt in mandaat, wijst de directeur ambtenaren van het Bureau Heffingen aan die namens hem de bevoegdheid van inspecteur onderscheidenlijk ontvanger uitoefenen. Dit is vastgelegd in mandaatbesluiten. Deze vermelden de ambtenaren die bevoegd zijn namens de inspecteur besluiten te nemen en die bevoegd zijn namens de ontvanger besluiten te nemen. Aan dezelfde ambtenaar wordt geen algemeen mandaat verleend voor de bevoegdheden van zowel de inspecteur als de ontvanger. Wel is het mogelijk dat voor een bepaald geval hierop een uitzondering wordt gemaakt door middel van het verlenen van een bijzonder mandaat.