BWBR0015971
Geldig vanaf 2003-12-13
Artikel 3
Regeling tegemoetkomingen leraren in opleiding en stagiairs 2003 - 2004
1. Voor een tegemoetkoming kan in aanmerking komen het bevoegd gezag dat in het schooljaar 2003-2004 een of meer leraren in opleiding benoemt of aanstelt dan wel een of meer stagiairs gelegenheid biedt tot het verrichten van stageactiviteiten.
2. De tegemoetkoming is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging als bedoeld in artikel 5 sub d van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging.
3. De tegemoetkoming is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, met uitzondering van de in lid 2, onder sub c genoemde school.
b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1, een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. De tegemoetkoming is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging als bedoeld in artikel 5 sub d van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging.
3. De tegemoetkoming is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, met uitzondering van de in lid 2, onder sub c genoemde school.
b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1, een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.