BWBR0015968
Geldig vanaf 2003-12-04
Artikel 3
Besluit mandaat en machtiging NIVR en NWO ter uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling Nationaal Programma GO
1. Aan de voorzitter van het bestuur van het NIVR wordt mandaat verleend om namens de minister beslissingen op bezwaarschriften te nemen in het kader van besluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.
2. Aan de algemeen directeur van NWO wordt mandaat verleend om beslissingen op bezwaarschriften te nemen in het kader van besluiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.
3. De functionarissen, genoemd in het eerste en tweede lid, kunnen van de aan hen verleende bevoegdheid ondermandaat verlenen aan een of meer onder hen ressorterende functionarissen, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door deze functionaris in ondermandaat is genomen.
4. Aan de functionarissen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, wordt machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten alsmede om verweer te voeren in beroepszaken.
5. Aan de juridische medewerkers van de Afdeling algemene beleids- en bestuurszaken van NWO wordt machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten alsmede om verweer te voeren in beroepszaken.
2. Aan de algemeen directeur van NWO wordt mandaat verleend om beslissingen op bezwaarschriften te nemen in het kader van besluiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.
3. De functionarissen, genoemd in het eerste en tweede lid, kunnen van de aan hen verleende bevoegdheid ondermandaat verlenen aan een of meer onder hen ressorterende functionarissen, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door deze functionaris in ondermandaat is genomen.
4. Aan de functionarissen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, wordt machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten alsmede om verweer te voeren in beroepszaken.
5. Aan de juridische medewerkers van de Afdeling algemene beleids- en bestuurszaken van NWO wordt machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten alsmede om verweer te voeren in beroepszaken.