BWBR0015945
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 2
Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWS-retributies
1. Een retributieplichtige stelt, voor aanvang van de werkzaamheden door de NVWA waarvoor een retributie is verschuldigd zekerheid, indien deze retributies worden geraamd op meer dan € 182,– over een tijdvak van 4 weken.
2. De in het eerste lid bedoelde raming geschiedt door de NVWA aan de hand van de verschuldigde retributies over een of enkele tijdvakken van vier weken, kort voorafgaande aan het tijdvak waarop de raming betrekking heeft en aan de hand van de door de retributieplichtige verstrekte gegevens. Wanneer het naar het oordeel van de NVWA aannemelijk is dat de omvang van de tot retributie verplichtende werkzaamheden ten behoeve van de betrokken retributieplichtige zich aanzienlijk zal wijzigen, wordt een nieuwe raming opgesteld. Indien de nieuwe raming meer dan 25% afwijkt van de bestaande raming, vervangt deze de laatstbedoelde raming.
2. De in het eerste lid bedoelde raming geschiedt door de NVWA aan de hand van de verschuldigde retributies over een of enkele tijdvakken van vier weken, kort voorafgaande aan het tijdvak waarop de raming betrekking heeft en aan de hand van de door de retributieplichtige verstrekte gegevens. Wanneer het naar het oordeel van de NVWA aannemelijk is dat de omvang van de tot retributie verplichtende werkzaamheden ten behoeve van de betrokken retributieplichtige zich aanzienlijk zal wijzigen, wordt een nieuwe raming opgesteld. Indien de nieuwe raming meer dan 25% afwijkt van de bestaande raming, vervangt deze de laatstbedoelde raming.