BWBR0015915
Geldig vanaf 2003-11-28
Artikel 2
Besluit mandaat verklaringen van geen bezwaar Wet luchtvaart
1. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verleent aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie mandaat tot het nemen van besluiten, inhoudende:
a. het verlenen van een verklaring van geen bezwaar inzake het afwijken van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, en
b. het weigeren van een zodanige verklaring van geen bezwaar,
voor zover het betreft gebouwen als bedoeld in artikel 2.2.1 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
2. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verleent aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie tevens mandaat tot het beslissen op bezwaar tegen besluiten, bedoeld in het eerste lid, alsmede het ondertekenen van alle op die beslissing betrekking hebbende stukken.
3. De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie oefenen de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid niet uit indien zij tevens het in het eerste lid bedoelde besluit hebben genomen waartegen het bezwaar zich richt.
a. het verlenen van een verklaring van geen bezwaar inzake het afwijken van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, en
b. het weigeren van een zodanige verklaring van geen bezwaar,
voor zover het betreft gebouwen als bedoeld in artikel 2.2.1 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
2. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verleent aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie tevens mandaat tot het beslissen op bezwaar tegen besluiten, bedoeld in het eerste lid, alsmede het ondertekenen van alle op die beslissing betrekking hebbende stukken.
3. De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie oefenen de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid niet uit indien zij tevens het in het eerste lid bedoelde besluit hebben genomen waartegen het bezwaar zich richt.