BWBR0015867
Geldig vanaf 2003-11-22
Artikel 11
Subsidieregeling prekwalificatie ESA-programma’s
1. De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 10afwijzend is beslist, het advies in van de Adviescommissie Ruimtevaart Technologie Ontwikkeling.
2. De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:
a. aannemelijk is, dat het project ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
d. van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
e. het project bij de in het derde lid bedoelde rangschikking minder dan 21 punten heeft behaald.
3. De commissie rangschikt de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate het:
a. bijdraagt aan niet-incidentele ruimtevaartactiviteiten in Nederland van technologische, kennisintensieve aard;
b. een op rendabele wijze voort te brengen technologisch product of dienst met marktperspectief behelst;
c. bijdraagt aan het versterken van de samenhang met ESA en andere Europese organisaties in het kader van de ruimtevaart;
d. nieuwe ontwikkelingen – binnen en buiten de ruimtevaart – in Nederland bevordert;
e. kennis en technologie in Nederland op efficiënte en niet incidentele wijze samenbrengt;
f. bijdraagt aan het gebruik van ruimtevaart als middel voor het realiseren van de ambities, geformuleerd in het Actieplan Ruimtevaart;
g. bijdraagt aan de opbouw van kennis en technologie bij het midden- en kleinbedrijf.
4. De commissie bepaalt voorafgaand aan de rangschikking bedoeld in het derde lid met betrekking tot elk project binnen welke categorie producten of productieprocessen, bedoeld in artikel 1, tweede lid, de rangschikking zal plaatsvinden.
5. De mate waarin een project voldoet aan de in het derde lid genoemde criteria wordt per criterium uitgedrukt in een aantal punten oplopend van 1 tot en met 5.
2. De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:
a. aannemelijk is, dat het project ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
d. van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
e. het project bij de in het derde lid bedoelde rangschikking minder dan 21 punten heeft behaald.
3. De commissie rangschikt de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate het:
a. bijdraagt aan niet-incidentele ruimtevaartactiviteiten in Nederland van technologische, kennisintensieve aard;
b. een op rendabele wijze voort te brengen technologisch product of dienst met marktperspectief behelst;
c. bijdraagt aan het versterken van de samenhang met ESA en andere Europese organisaties in het kader van de ruimtevaart;
d. nieuwe ontwikkelingen – binnen en buiten de ruimtevaart – in Nederland bevordert;
e. kennis en technologie in Nederland op efficiënte en niet incidentele wijze samenbrengt;
f. bijdraagt aan het gebruik van ruimtevaart als middel voor het realiseren van de ambities, geformuleerd in het Actieplan Ruimtevaart;
g. bijdraagt aan de opbouw van kennis en technologie bij het midden- en kleinbedrijf.
4. De commissie bepaalt voorafgaand aan de rangschikking bedoeld in het derde lid met betrekking tot elk project binnen welke categorie producten of productieprocessen, bedoeld in artikel 1, tweede lid, de rangschikking zal plaatsvinden.
5. De mate waarin een project voldoet aan de in het derde lid genoemde criteria wordt per criterium uitgedrukt in een aantal punten oplopend van 1 tot en met 5.