BWBR0015735
Geldig vanaf 06-01-2004
Artikel 3
Besluit GZP subsidieregeling stillegging MKB brood- en banketbakkerijen 2004
1. Subsidieverstrekking vindt slechts plaats indien:
a. de ondernemer op het moment van indiening van de aanvraag 55 jaar of ouder is. In geval van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma, dient ten minste één van de beherende vennoten op het moment van indiening van de aanvraag 55 jaar of ouder te zijn,
b. de onder a. bedoelde ondernemer in aanmerking komt voor een uitkering krachtens de Wet IOAZ of de WAZ. In het laatstbedoelde geval gelden als bijkomende voorwaarden dat een arbeidsongeschiktheidsverklaring voorligt met een indeling in de categorie 80-100% en dat wordt voldaan aan de normen voor vermogensbeoordeling volgens de Wet IOAZ,
c. de ondernemer vrij over de productie-apparatuur kan beschikken en de productie-apparatuur gedurende de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag is benut voor de productie van bakkerijproducten en op moment van indiening van de aanvraag nog steeds wordt benut, en
d. de commissie van oordeel is dat stillegging van de bakkerij strekt tot verbetering van de structuur van de branche.
2. Verstrekking van de Inkomensvoorziening werknemer en de pensioenvoorziening werknemer vindt niet plaats indien:
a. de werknemer niet een ononderbroken dienstverband met de werkgever heeft, welke aanving vóór of op 1 januari 2002,
b. het dienstverband van de werknemer niet binnen 6 maanden na stakingsdatum is beëindigd, of
c. de werknemer op moment van indiening van de aanvraag gedurende een aaneengeslotenperiode van tenminste 3 jaar een uitkering krachtens de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geniet, voor hem niet vóór 1 januari 2004 een reïntegratieplan is vastgesteld en die feitelijk geen werkzaamheden verricht in de bakkerij waarvoor stillegsubsidie B aangevraagd,
d. de werknemer eerder een uitkering van de Stichting Herstructurering Broodbakkerij c.q. de Commissie Brood en Banket ontving.
3. In aanvulling op het tweede lid vindt verstrekking van de pensioenvoorzieningwerknemer alleen plaats indien de werknemer op de datum beëindiging dienstverband 50 jaar of ouder is en indien en voor zover de werknemer niet op eigen naam uit andere hoofde een pensioenvoorziening ontvangt.
4. De commissie kan in bijzondere gevallen, gehoord de Adviescommissie Structuuraangelegenheden, afwijking toestaan van de in het eerste lid, onder a tot en met c en de in het tweede lid, onder a en d genoemde voorwaarden.
a. de ondernemer op het moment van indiening van de aanvraag 55 jaar of ouder is. In geval van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma, dient ten minste één van de beherende vennoten op het moment van indiening van de aanvraag 55 jaar of ouder te zijn,
b. de onder a. bedoelde ondernemer in aanmerking komt voor een uitkering krachtens de Wet IOAZ of de WAZ. In het laatstbedoelde geval gelden als bijkomende voorwaarden dat een arbeidsongeschiktheidsverklaring voorligt met een indeling in de categorie 80-100% en dat wordt voldaan aan de normen voor vermogensbeoordeling volgens de Wet IOAZ,
c. de ondernemer vrij over de productie-apparatuur kan beschikken en de productie-apparatuur gedurende de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag is benut voor de productie van bakkerijproducten en op moment van indiening van de aanvraag nog steeds wordt benut, en
d. de commissie van oordeel is dat stillegging van de bakkerij strekt tot verbetering van de structuur van de branche.
2. Verstrekking van de Inkomensvoorziening werknemer en de pensioenvoorziening werknemer vindt niet plaats indien:
a. de werknemer niet een ononderbroken dienstverband met de werkgever heeft, welke aanving vóór of op 1 januari 2002,
b. het dienstverband van de werknemer niet binnen 6 maanden na stakingsdatum is beëindigd, of
c. de werknemer op moment van indiening van de aanvraag gedurende een aaneengeslotenperiode van tenminste 3 jaar een uitkering krachtens de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geniet, voor hem niet vóór 1 januari 2004 een reïntegratieplan is vastgesteld en die feitelijk geen werkzaamheden verricht in de bakkerij waarvoor stillegsubsidie B aangevraagd,
d. de werknemer eerder een uitkering van de Stichting Herstructurering Broodbakkerij c.q. de Commissie Brood en Banket ontving.
3. In aanvulling op het tweede lid vindt verstrekking van de pensioenvoorzieningwerknemer alleen plaats indien de werknemer op de datum beëindiging dienstverband 50 jaar of ouder is en indien en voor zover de werknemer niet op eigen naam uit andere hoofde een pensioenvoorziening ontvangt.
4. De commissie kan in bijzondere gevallen, gehoord de Adviescommissie Structuuraangelegenheden, afwijking toestaan van de in het eerste lid, onder a tot en met c en de in het tweede lid, onder a en d genoemde voorwaarden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015735
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl