BWBR0015721
Geldig vanaf 2003-10-11
Artikel 6
Regeling aanwijzing nationaal park Utrechtse Heuvelrug
In het overlegorgaan hebben zitting:
a. een door de minister te benoemen lid, tevens voorzitter;
b. door de minister te benoemen leden, als vertegenwoordiger en op voordracht van onderscheidenlijk: 1. de provincie Utrecht;
2. de Stichting Het Utrechts Landschap;
3. Staatsbosbeheer;
4. de Vereniging Natuurmonumenten;
5. de Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht;
6. de gemeenten Amerongen, Maarn, Rhenen, Doorn, Leersum, Driebergen-Rijsenburg, Veenendaal en Woudenberg;
7. de particuliere eigenaren;
8. het waterschap Vallei en Eem en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
9. de recreatie-ondernemers;
10. de agrarische gebruikers;
11. het recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied;
12. het Consulentschap Natuur- en Milieueducatie;
1. de provincie Utrecht;
2. de Stichting Het Utrechts Landschap;
3. Staatsbosbeheer;
4. de Vereniging Natuurmonumenten;
5. de Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht;
6. de gemeenten Amerongen, Maarn, Rhenen, Doorn, Leersum, Driebergen-Rijsenburg, Veenendaal en Woudenberg;
7. de particuliere eigenaren;
8. het waterschap Vallei en Eem en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
9. de recreatie-ondernemers;
10. de agrarische gebruikers;
11. het recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied;
12. het Consulentschap Natuur- en Milieueducatie;
c. de directeur Noordwest van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als vertegenwoordiger van de rijksoverheid.
a. een door de minister te benoemen lid, tevens voorzitter;
b. door de minister te benoemen leden, als vertegenwoordiger en op voordracht van onderscheidenlijk: 1. de provincie Utrecht;
2. de Stichting Het Utrechts Landschap;
3. Staatsbosbeheer;
4. de Vereniging Natuurmonumenten;
5. de Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht;
6. de gemeenten Amerongen, Maarn, Rhenen, Doorn, Leersum, Driebergen-Rijsenburg, Veenendaal en Woudenberg;
7. de particuliere eigenaren;
8. het waterschap Vallei en Eem en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
9. de recreatie-ondernemers;
10. de agrarische gebruikers;
11. het recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied;
12. het Consulentschap Natuur- en Milieueducatie;
1. de provincie Utrecht;
2. de Stichting Het Utrechts Landschap;
3. Staatsbosbeheer;
4. de Vereniging Natuurmonumenten;
5. de Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht;
6. de gemeenten Amerongen, Maarn, Rhenen, Doorn, Leersum, Driebergen-Rijsenburg, Veenendaal en Woudenberg;
7. de particuliere eigenaren;
8. het waterschap Vallei en Eem en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;
9. de recreatie-ondernemers;
10. de agrarische gebruikers;
11. het recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied;
12. het Consulentschap Natuur- en Milieueducatie;
c. de directeur Noordwest van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als vertegenwoordiger van de rijksoverheid.