BWBR0015683
Geldig vanaf 2003-10-18
Artikel 5
Regeling inburgering oudkomers 54 gemeenten
1. De Minister verleent het gemeentebestuur de bijdrage, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bij wijze van een voorschot.
2. Het voorschot is afhankelijk van de prognose en van het bedrag, genoemd in de bijlage, en wordt als volgt vastgesteld:
a. indien de prognose gelijk is aan het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage, bedraagt het voorschot het bedrag, genoemd in de bijlage;
b. indien de prognose lager is dan het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage, wordt het bedrag, genoemd in de bijlage, naar evenredigheid verminderd;
c. indien de prognose hoger is dan het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage, wordt het bedrag, genoemd in de bijlage: 1°. in het geval het budget toereikend is, naar evenredigheid vermeerderd;
2°. in het geval het budget niet toereikend is, vastgesteld conform dat bedrag vermeerderd met een bedrag. Dat bedrag is afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen naar evenredigheid van het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage.
1°. in het geval het budget toereikend is, naar evenredigheid vermeerderd;
2°. in het geval het budget niet toereikend is, vastgesteld conform dat bedrag vermeerderd met een bedrag. Dat bedrag is afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen naar evenredigheid van het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage.
3. De Minister stelt het voorschot vóór 1 januari 2004 vast.
4. Het voorschot wordt uiterlijk 31 mei 2004 betaald.
2. Het voorschot is afhankelijk van de prognose en van het bedrag, genoemd in de bijlage, en wordt als volgt vastgesteld:
a. indien de prognose gelijk is aan het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage, bedraagt het voorschot het bedrag, genoemd in de bijlage;
b. indien de prognose lager is dan het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage, wordt het bedrag, genoemd in de bijlage, naar evenredigheid verminderd;
c. indien de prognose hoger is dan het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage, wordt het bedrag, genoemd in de bijlage: 1°. in het geval het budget toereikend is, naar evenredigheid vermeerderd;
2°. in het geval het budget niet toereikend is, vastgesteld conform dat bedrag vermeerderd met een bedrag. Dat bedrag is afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen naar evenredigheid van het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage.
1°. in het geval het budget toereikend is, naar evenredigheid vermeerderd;
2°. in het geval het budget niet toereikend is, vastgesteld conform dat bedrag vermeerderd met een bedrag. Dat bedrag is afhankelijk is van de verdeling van de resterende middelen naar evenredigheid van het aantal oudkomers, genoemd in de bijlage.
3. De Minister stelt het voorschot vóór 1 januari 2004 vast.
4. Het voorschot wordt uiterlijk 31 mei 2004 betaald.