BWBR0015676
Geldig vanaf 2003-12-01
Artikel III
Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (formalisering Arbeidsvoorwaardenovereenkomsten sector Rechterlijke Macht)
1. Degene die wordt bezoldigd overeenkomstig salariscategorie 1, 2 of 3, bedoeld in artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, ontvangt met ingang van 1 augustus 2000 maandelijks naast het desbetreffende salaris een toelage van – 2,4% van dat salaris.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 november 2000 1,5% van het salaris.
3. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 januari 2001 1% van het salaris.
4. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 april 2001 1,6% van het salaris.
5. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 oktober 2001 tot 1 november 2001 – 2% van het salaris.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 november 2000 1,5% van het salaris.
3. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 januari 2001 1% van het salaris.
4. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 april 2001 1,6% van het salaris.
5. In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 oktober 2001 tot 1 november 2001 – 2% van het salaris.