BWBR0015630
Geldig vanaf 2003-10-01
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 2003
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184 en 191 van het Wetboek van Strafrecht;
b. de Opiumwet;
c. de artikelen 13 en 26 van de Wet wapens en munitie;
d. andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.
a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184 en 191 van het Wetboek van Strafrecht;
b. de Opiumwet;
c. de artikelen 13 en 26 van de Wet wapens en munitie;
d. andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.