BWBR0015577
Geldig vanaf 2003-10-01
Artikel 7
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2003
1. De directeuren, stafafdelingshoofden, afdelingshoofden en projectverantwoordelijken maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein.
2. Met het werkterrein van de in het eerste lid bedoelde functionarissen wordt bedoeld het werkterrein van het desbetreffende organisatieonderdeel zoals genoemd in bijlage 3en het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in functieomschrijvingen en projectopdrachten.
3. De directeur-generaal blijft bevoegd de in het eerste lid bedoelde functionarissen per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de aan hen toegekende bevoegdheden. Daarnaast blijft de directeur-generaal bevoegd om de toegekende bevoegdheden zelf uit te oefenen en heeft hij de bevoegdheid om toegekende bevoegdheden te allen tijde te beëindigen.
2. Met het werkterrein van de in het eerste lid bedoelde functionarissen wordt bedoeld het werkterrein van het desbetreffende organisatieonderdeel zoals genoemd in bijlage 3en het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in functieomschrijvingen en projectopdrachten.
3. De directeur-generaal blijft bevoegd de in het eerste lid bedoelde functionarissen per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de aan hen toegekende bevoegdheden. Daarnaast blijft de directeur-generaal bevoegd om de toegekende bevoegdheden zelf uit te oefenen en heeft hij de bevoegdheid om toegekende bevoegdheden te allen tijde te beëindigen.