BWBR0015491
Geldig vanaf 2003-08-27
Artikel 13
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL
Een aanvrager voldoet aan de volgende eisen:
a. de aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte;
b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
2°. de aanvrager is geen surcéance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling aangevraagd, en
3°. geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager.
1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
2°. de aanvrager is geen surcéance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling aangevraagd, en
3°. geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager.
a. de aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte;
b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
2°. de aanvrager is geen surcéance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling aangevraagd, en
3°. geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager.
1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
2°. de aanvrager is geen surcéance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling aangevraagd, en
3°. geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager.