BWBR0015453
Geldig vanaf 2003-08-20
Artikel 7
Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2003–2004
1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de adviescommissie Cultuur en School BVE.
2. De adviescommissie geeft uiterlijk in week 41 van 2003 haar schriftelijk advies aan de minister.
3. De adviescommissie rangschikt de aanvragen die voldoen aan de in deze regeling gestelde eisen zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar de mate waarin het project naar haar oordeel meer geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van de regeling. De adviescommissie vergelijkt daartoe de aanvragen en let daarbij in het bijzonder op:
a) de inhoud van het project;
b) het projectdoel;
c) de uitvoering;
d) de na te streven effecten;
e) de samenwerkingspartners;
f) de samenwerking tussen instellingen, en
g) de inzet van de middelen.
4. Indien bij de rankschikking, zoals vermeld in het derde lid, meerdere projecten op een gelijke plaats eindigen en een keuze tussen deze projecten in verband met het bereiken van het subsidieplafond vereist is, prevaleert het project waarin de doelstelling van de regeling het meest wordt benaderd.
2. De adviescommissie geeft uiterlijk in week 41 van 2003 haar schriftelijk advies aan de minister.
3. De adviescommissie rangschikt de aanvragen die voldoen aan de in deze regeling gestelde eisen zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar de mate waarin het project naar haar oordeel meer geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van de regeling. De adviescommissie vergelijkt daartoe de aanvragen en let daarbij in het bijzonder op:
a) de inhoud van het project;
b) het projectdoel;
c) de uitvoering;
d) de na te streven effecten;
e) de samenwerkingspartners;
f) de samenwerking tussen instellingen, en
g) de inzet van de middelen.
4. Indien bij de rankschikking, zoals vermeld in het derde lid, meerdere projecten op een gelijke plaats eindigen en een keuze tussen deze projecten in verband met het bereiken van het subsidieplafond vereist is, prevaleert het project waarin de doelstelling van de regeling het meest wordt benaderd.