BWBR0015437
Geldig vanaf 2003-08-17
Artikel 4
Besluit Interdepartementale Commissie Koninkrijksrelaties (ICKR)
1. De commissie bestaat uit:
a. een voorzitter, tevens lid;
b. een lid en een plaatsvervangend lid op hoog ambtelijk niveau aangewezen door: – de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken;
– de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
– de Minister van Buitenlandse Zaken;
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Economische Zaken;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
· de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Verkeer en Waterstaat;
– de Minister van Defensie;
– de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
– de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken;
– de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
– de Minister van Buitenlandse Zaken;
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Economische Zaken;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
· de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Verkeer en Waterstaat;
– de Minister van Defensie;
– de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, tevens lid.
3. Het secretariaat van de commissie berust bij de directie Koninkrijksrelaties van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
a. een voorzitter, tevens lid;
b. een lid en een plaatsvervangend lid op hoog ambtelijk niveau aangewezen door: – de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken;
– de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
– de Minister van Buitenlandse Zaken;
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Economische Zaken;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
· de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Verkeer en Waterstaat;
– de Minister van Defensie;
– de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
– de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken;
– de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
– de Minister van Buitenlandse Zaken;
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Economische Zaken;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
· de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Verkeer en Waterstaat;
– de Minister van Defensie;
– de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, tevens lid.
3. Het secretariaat van de commissie berust bij de directie Koninkrijksrelaties van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.