BWBR0015378
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 4
Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003-2004
1. Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moet de aanvrager een projectplan indienen, dat ten minste de volgende elementen bevat:
• de projectopzet waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende deelnemers aan het project wordt beschreven;
• een activiteitenplan;
• de inbedding: de wijze waarop het project aansluit bij de reeds in gang gezette ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid binnen de school;
• de overdrachtsactiviteiten die het bevoegd gezag binnen eigen kring en daarbuiten denkt te ondernemen;
• planning van het project;
• begroting van het project.
2. Bij het opzetten en uitvoeren van een project werken één of meer scholen samen met één of meer lerarenopleidingen of met één of meer regionaal opleidingencentrum en is de school opleider of medeopleider van onderwijspersoneel. Per school wordt tenminste één persoon opgeleid als opleider in de school.
3. • De aanvraag bevat in ieder geval:
• naam, adres, bevoegd gezag-nummer van de aanvrager;
• naam, adres en brinnummer van de deelnemende VO-scholen;
• naam en adres van deelnemende lerarenopleidingen, regionale opleidingencentra en begeleidingsinstellingen;
• een projectplan;
• een schriftelijk bewijs van samenwerking tussen de verschillende deelnemers aan het project.
4. Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich bereid de opbrengsten van het project over te dragen, in elk geval door deelname aan de bijeenkomsten van het 'Netwerk opleiden in de school VO'.
5. De subsidie betreft geen volledige vergoeding, maar een bijdrage in de kosten.
• de projectopzet waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende deelnemers aan het project wordt beschreven;
• een activiteitenplan;
• de inbedding: de wijze waarop het project aansluit bij de reeds in gang gezette ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid binnen de school;
• de overdrachtsactiviteiten die het bevoegd gezag binnen eigen kring en daarbuiten denkt te ondernemen;
• planning van het project;
• begroting van het project.
2. Bij het opzetten en uitvoeren van een project werken één of meer scholen samen met één of meer lerarenopleidingen of met één of meer regionaal opleidingencentrum en is de school opleider of medeopleider van onderwijspersoneel. Per school wordt tenminste één persoon opgeleid als opleider in de school.
3. • De aanvraag bevat in ieder geval:
• naam, adres, bevoegd gezag-nummer van de aanvrager;
• naam, adres en brinnummer van de deelnemende VO-scholen;
• naam en adres van deelnemende lerarenopleidingen, regionale opleidingencentra en begeleidingsinstellingen;
• een projectplan;
• een schriftelijk bewijs van samenwerking tussen de verschillende deelnemers aan het project.
4. Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich bereid de opbrengsten van het project over te dragen, in elk geval door deelname aan de bijeenkomsten van het 'Netwerk opleiden in de school VO'.
5. De subsidie betreft geen volledige vergoeding, maar een bijdrage in de kosten.