BWBR0015302
Geldig vanaf 2003-07-11
Artikel 6
Privacyreglement verkeersregistratiesystemen Rijkswaterstaat
1. De beheerder weigert derden inzage en verstrekking van de persoonsgegevens, tenzij het betreft:
een verzoek of vordering van de instanties of personen bedoeld of genoemd in het tweede en derde lid van dit artikel, of
het bepaalde in de bijlage omtrent het IVS90.
2. De beheerder geeft inzage in de gegevens of verstrekt deze aan instanties die zich beroepen op een toezichthoudende of opsporingsbevoegdheid dan wel een andere daartoe strekkende wettelijke bevoegdheid, indien grondslag en inhoud van de bevoegdheid kenbaar worden gemaakt en gericht naar gegevens wordt gevraagd.
3. De beheerder kan na afweging van de betrokken belangen inzage geven in de gegevens of deze verstrekken aan:
a. de politie indien deze zich beroept op daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dit behoeven,
b. een verzekeringsinstelling indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een betrokkene en betrokkene daarvoor toestemming heeft verleend, of
c. een advocaat of procureur indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een betrokkene.
4. Een verzoek om inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk ingediend.
5. Aan de inzage of verstrekking kan de beheerder voorwaarden verbinden.
6. Van een persoon die om inzage of verstrekking van de gegevens verzoekt, kan worden verlangd dat deze zich legitimeert.
7. Bij het ter inzage geven of verstrekken van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem gemaakt.
8. Na inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk vastgelegd:
a. de naam van de betrokkene,
b. de wijze van inzage of verstrekking,
c. het tijdstip,
d. welke gegevens het betrof, en
e. naam en adres van de verzoeker.
een verzoek of vordering van de instanties of personen bedoeld of genoemd in het tweede en derde lid van dit artikel, of
het bepaalde in de bijlage omtrent het IVS90.
2. De beheerder geeft inzage in de gegevens of verstrekt deze aan instanties die zich beroepen op een toezichthoudende of opsporingsbevoegdheid dan wel een andere daartoe strekkende wettelijke bevoegdheid, indien grondslag en inhoud van de bevoegdheid kenbaar worden gemaakt en gericht naar gegevens wordt gevraagd.
3. De beheerder kan na afweging van de betrokken belangen inzage geven in de gegevens of deze verstrekken aan:
a. de politie indien deze zich beroept op daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dit behoeven,
b. een verzekeringsinstelling indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een betrokkene en betrokkene daarvoor toestemming heeft verleend, of
c. een advocaat of procureur indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een betrokkene.
4. Een verzoek om inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk ingediend.
5. Aan de inzage of verstrekking kan de beheerder voorwaarden verbinden.
6. Van een persoon die om inzage of verstrekking van de gegevens verzoekt, kan worden verlangd dat deze zich legitimeert.
7. Bij het ter inzage geven of verstrekken van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem gemaakt.
8. Na inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk vastgelegd:
a. de naam van de betrokkene,
b. de wijze van inzage of verstrekking,
c. het tijdstip,
d. welke gegevens het betrof, en
e. naam en adres van de verzoeker.