BWBR0015298
Geldig vanaf 2003-06-28
Artikel 3
Subsidieregeling Stichting AAP
1. Bij subsidieverlening per boekjaar is het subsidiebedrag gelijk aan het bedrag dat voor het desbetreffende boekjaar is vastgesteld in de in artikel 3, vierde lid, van het Convenant opgenomen tabel te vermeerderen met de bedragen, genoemd in de bijlage `Extra bekostiging voor prijsontwikkeling investeringen' horende bij de brief van de minister aan Stichting AAP van 13 juni 2003, kenmerk OWB/FO/2003/17641.
2. De hoogte van het subsidiebedrag wordt verhoogd of verlaagd met een zelfde bedrag als waarmee de in de tabel opgenomen bedragen op grond van artikel 3, zesde, zevende of achtste lid van het Convenant worden verhoogd of verlaagd.
3. Bij subsidieverlening voor een bepaald aantal boekjaren is het subsidiebedrag gelijk aan de som van de bedragen die voor de desbetreffende boekjaren zijn vastgesteld in de in artikel 3, vierde lid, van het Convenant opgenomen tabel te vermeerderen met de bedragen, genoemd in de bijlage `Extra bekostiging voor prijsontwikkeling investeringen' horende bij de brief van de minister aan Stichting AAP van 13 juni 2003, kenmerk OWB/FO/2003/17641.
2. De hoogte van het subsidiebedrag wordt verhoogd of verlaagd met een zelfde bedrag als waarmee de in de tabel opgenomen bedragen op grond van artikel 3, zesde, zevende of achtste lid van het Convenant worden verhoogd of verlaagd.
3. Bij subsidieverlening voor een bepaald aantal boekjaren is het subsidiebedrag gelijk aan de som van de bedragen die voor de desbetreffende boekjaren zijn vastgesteld in de in artikel 3, vierde lid, van het Convenant opgenomen tabel te vermeerderen met de bedragen, genoemd in de bijlage `Extra bekostiging voor prijsontwikkeling investeringen' horende bij de brief van de minister aan Stichting AAP van 13 juni 2003, kenmerk OWB/FO/2003/17641.