BWBR0015283
Geldig vanaf 2003-07-01
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2003
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten bij overtredingen van:
a. de in de artikel 1 van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten: Warenwet
Wet explosieven voor civiel gebruik
Woningwet;
Warenwet
Wet explosieven voor civiel gebruik
Woningwet;
b. de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten: Bestrijdingsmiddelenwet
Destructiewet
Kernenergiewet
Ontgrondingenwet
Wet bodembescherming
Wet geluidhinder
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet milieubeheer
Wet milieugevaarlijke stoffen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wet verontreiniging zeewater
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
Bestrijdingsmiddelenwet
Destructiewet
Kernenergiewet
Ontgrondingenwet
Wet bodembescherming
Wet geluidhinder
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet milieubeheer
Wet milieugevaarlijke stoffen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wet verontreiniging zeewater
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
c. de in artikel 23a van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten: Kernenergiewet
Wet inzake de luchtverontreiniging;
Kernenergiewet
Wet inzake de luchtverontreiniging;
d. de delicten, strafbaar gesteld in de artikelen 170, 171, 172, 173, 173a, 173b, 177 en 177a , 179, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a en 227b, 266, 267, 328ter, 359, 360, 361, 362, 363, 365, 366, 435, vierde lid, 437, 437quater, 447c, 447d, 462 en 463 van het Wetboek van Strafrecht;
e. artikel 84 van de Huisvestingswet;
f. artikel 62 van de Waterleidingwet;
g. artikel 23 van de Wet hygiëne en veiligheid bad- en zweminrichtingen;
h. artikel 38 van de Wet op de openluchtrecreatie;
i. artikelen 46, 47 en 48 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
j. artikelen 105a, 106, 107, 108, 109 en 110, eerste lid, van de Woningwet;
k. de delicten tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in de artikelen 177, 177a, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a, 227b, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht;
l. het delict tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in artikel 26 van de Wet op de economische delicten.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.
a. de in de artikel 1 van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten: Warenwet
Wet explosieven voor civiel gebruik
Woningwet;
Warenwet
Wet explosieven voor civiel gebruik
Woningwet;
b. de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten: Bestrijdingsmiddelenwet
Destructiewet
Kernenergiewet
Ontgrondingenwet
Wet bodembescherming
Wet geluidhinder
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet milieubeheer
Wet milieugevaarlijke stoffen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wet verontreiniging zeewater
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
Bestrijdingsmiddelenwet
Destructiewet
Kernenergiewet
Ontgrondingenwet
Wet bodembescherming
Wet geluidhinder
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet milieubeheer
Wet milieugevaarlijke stoffen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wet verontreiniging zeewater
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
c. de in artikel 23a van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten: Kernenergiewet
Wet inzake de luchtverontreiniging;
Kernenergiewet
Wet inzake de luchtverontreiniging;
d. de delicten, strafbaar gesteld in de artikelen 170, 171, 172, 173, 173a, 173b, 177 en 177a , 179, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a en 227b, 266, 267, 328ter, 359, 360, 361, 362, 363, 365, 366, 435, vierde lid, 437, 437quater, 447c, 447d, 462 en 463 van het Wetboek van Strafrecht;
e. artikel 84 van de Huisvestingswet;
f. artikel 62 van de Waterleidingwet;
g. artikel 23 van de Wet hygiëne en veiligheid bad- en zweminrichtingen;
h. artikel 38 van de Wet op de openluchtrecreatie;
i. artikelen 46, 47 en 48 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
j. artikelen 105a, 106, 107, 108, 109 en 110, eerste lid, van de Woningwet;
k. de delicten tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in de artikelen 177, 177a, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a, 227b, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht;
l. het delict tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in artikel 26 van de Wet op de economische delicten.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.