BWBR0015262
Geldig vanaf 2003-07-06
Artikel 3
Besluit instelling Overlegplatform Bouwregelgeving
1. In het overlegplatform zijn in elk geval vertegenwoordigd:
a. Aedes, vereniging van woningcorporaties,
b. Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB),
c. Bond van Nederlandse Architecten (BNA),
d. Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad),
e. Federatie van Energiebedrijven in Nederland (EnergieNed),
f. Federatie Welstand,
g. Landelijk Contact van de adviescommissies woningbouw en woonomgeving (LC VAC),
h. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
i. MKB-Nederland,
j. Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB),
k. Nederlandse Woonbond,
l. Organisatie van Advies- en Ingenieursbureaus (ONRI),
m. UNETO-VNI, ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de technische detailhandel,
n. Vereniging Eigen Huis (VEH),
o. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG),
p. Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen (Neprom),
q. Vereniging Stadswerk Nederland (VSN), en
r. Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (VEWIN).
2. De agendaleden van het overlegplatform zijn in elk geval:
a. Garantie-instituut Woningbouw (GIW),
b. Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud,
c. Interprovinciaal Overleg (IPO),
d. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
e. Ministerie van Defensie,
f. Ministerie van Economische Zaken,
g. Ministerie van Justitie,
h. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
i. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
j. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
k. Ministerie van Verkeer en Water-staat,
l. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
m. Nederlands Normalisatie-instituut NEN-Bouw,
n. Raad voor Accreditatie,
o. Stichting Bouwkwaliteit (SBK),
p. Stichting Duurzame Energie Koepel,
q. TNO Bouw,
r. Unie van Waterschappen,
s. Vereniging FME-CWM, en
t. Vereniging Raad voor Onroerende Zaken (ROZ).
3. Tot het overlegplatform kunnen vertegenwoordigers van andere dan de in het eerste en tweede lid genoemde organisaties en instanties worden toegelaten. Een daartoe strekkend verzoek wordt gericht aan de Directeur-Generaal Wonen van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Alvorens te beslissen, hoort deze de voorzitter van het overlegplatform.
a. Aedes, vereniging van woningcorporaties,
b. Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB),
c. Bond van Nederlandse Architecten (BNA),
d. Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad),
e. Federatie van Energiebedrijven in Nederland (EnergieNed),
f. Federatie Welstand,
g. Landelijk Contact van de adviescommissies woningbouw en woonomgeving (LC VAC),
h. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
i. MKB-Nederland,
j. Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB),
k. Nederlandse Woonbond,
l. Organisatie van Advies- en Ingenieursbureaus (ONRI),
m. UNETO-VNI, ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en de technische detailhandel,
n. Vereniging Eigen Huis (VEH),
o. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG),
p. Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen (Neprom),
q. Vereniging Stadswerk Nederland (VSN), en
r. Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (VEWIN).
2. De agendaleden van het overlegplatform zijn in elk geval:
a. Garantie-instituut Woningbouw (GIW),
b. Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud,
c. Interprovinciaal Overleg (IPO),
d. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
e. Ministerie van Defensie,
f. Ministerie van Economische Zaken,
g. Ministerie van Justitie,
h. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
i. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
j. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
k. Ministerie van Verkeer en Water-staat,
l. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
m. Nederlands Normalisatie-instituut NEN-Bouw,
n. Raad voor Accreditatie,
o. Stichting Bouwkwaliteit (SBK),
p. Stichting Duurzame Energie Koepel,
q. TNO Bouw,
r. Unie van Waterschappen,
s. Vereniging FME-CWM, en
t. Vereniging Raad voor Onroerende Zaken (ROZ).
3. Tot het overlegplatform kunnen vertegenwoordigers van andere dan de in het eerste en tweede lid genoemde organisaties en instanties worden toegelaten. Een daartoe strekkend verzoek wordt gericht aan de Directeur-Generaal Wonen van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Alvorens te beslissen, hoort deze de voorzitter van het overlegplatform.