BWBR0015247
Geldig vanaf 2003-10-01
Artikel 6
Besluit opheffing Bedrijfschap voor de Handel in Tuinbouwzaden
1. Zo spoedig mogelijk nadat de raad het vermogen van het bedrijfschap heeft vereffend, brengt de raad daarover aan Onze Minister verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door de raad vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven.
2. De vaststelling van het vereffeningsverslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden op het kantoor van de raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3. Elk ingekomen bezwaar wordt door de raad onderzocht. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, zet de raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op, waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Indien het bezwaar ongegrond wordt bevonden, stelt de raad het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft de instemming van Onze Minister. De instemming strekt tot décharge van de raad. De raad geeft van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbaar kennis op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.
2. De vaststelling van het vereffeningsverslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden op het kantoor van de raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3. Elk ingekomen bezwaar wordt door de raad onderzocht. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, zet de raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op, waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Indien het bezwaar ongegrond wordt bevonden, stelt de raad het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft de instemming van Onze Minister. De instemming strekt tot décharge van de raad. De raad geeft van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbaar kennis op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.