BWBR0015220
Geldig vanaf 09-09-2012
Artikel 10
Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PPE) 2003
1. Het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt namens het productschap uitgeoefend door personen en instanties die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.
2. Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die naar diens/hun oordeel nodig is/zijn voor de vervulling van diens/hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die naar diens/hun oordeel nodig is voor de vervulling van dienst hun taak;
c. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar c.q. waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen c.q. worden vervoerd;
d. te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst of de door het bestuur aangewezen personen monsters nemen uit de voorraden (waaronder begrepen verpakkingsmateriaal) van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van die controleurs of aangewezen personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berichtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken.
4. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
2. Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die naar diens/hun oordeel nodig is/zijn voor de vervulling van diens/hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die naar diens/hun oordeel nodig is voor de vervulling van dienst hun taak;
c. aan de door het bestuur aangewezen dienst of aan de door het bestuur aangewezen personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar c.q. waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen c.q. worden vervoerd;
d. te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst of de door het bestuur aangewezen personen monsters nemen uit de voorraden (waaronder begrepen verpakkingsmateriaal) van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van die controleurs of aangewezen personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berichtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken.
4. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015220
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl