BWBR0015185
Geldig vanaf 2003-07-01
Artikel 13
Algemene uitvoeringsregeling milieukwaliteit elektriciteitsproductie
1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningnet betaalt uit het tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie de rechtstreeks aan de uitvoering van de in artikel 69 van de wet genoemde taak toe te rekenen gemaakte kosten, waaronder in elk geval:
a. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten;
b. kosten van aangeschafte apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan de uitvoering van de subsidie voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie toe te rekenen afschrijvingskosten, berekend op basis van de historische aanschafprijzen en de door de belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijnen, met uitzondering van mogelijkheden tot vervroegde afschrijving, of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, en gebaseerd op de bedrijfseconomische levensduur;
c. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
d. door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan derden verschuldigde kosten.
2. Kosten van apparatuur die niet uitsluitend voor de uitvoering van de subsidie voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie zijn aangeschaft, worden slechts als voor vergoeding in aanmerking komende kosten op de voet van het eerste lid, onderdeel b, beschouwd indien een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording van de apparatuur aanwezig is.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
a. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten;
b. kosten van aangeschafte apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan de uitvoering van de subsidie voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie toe te rekenen afschrijvingskosten, berekend op basis van de historische aanschafprijzen en de door de belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijnen, met uitzondering van mogelijkheden tot vervroegde afschrijving, of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, en gebaseerd op de bedrijfseconomische levensduur;
c. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
d. door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan derden verschuldigde kosten.
2. Kosten van apparatuur die niet uitsluitend voor de uitvoering van de subsidie voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie zijn aangeschaft, worden slechts als voor vergoeding in aanmerking komende kosten op de voet van het eerste lid, onderdeel b, beschouwd indien een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording van de apparatuur aanwezig is.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.