BWBR0015182
Geldig vanaf 2006-08-18
Artikel 3
Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998
1. Vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij de netbeheerder heeft ingediend, beschouwt de netbeheerder dan wel het gecertificeerd meetbedrijf de overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de wet, gemeten hoeveelheid elektriciteit die de producent met zijn installatie opwekt en op een net of een installatie invoedt, als WKK-elektriciteit, voor zover de netbeheerder overeenkomstig artikel 2heeft vastgesteld of sprake is van een installatie voor warmtekrachtkoppeling alsmede of de meetinrichting geschikt is voor de meting van de elektriciteit die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een net of een installatie wordt ingevoed.
2. De netbeheerder of het gecertificeerde meetbedrijf meet op verzoek van de producent maandelijks de hoeveelheid in de afgelopen maand op een net of een installatie ingevoede WKK-elektriciteit door het iedere kalendermaand bepalen van de meterstand.
3. Indien de installatie van de producent voor de opwekking van WKK-elektriciteit gebruik maakt van elektriciteit die is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder dan wel het gecertificeerd meetbedrijf voor de bepaling van de hoeveelheid WKK-elektriciteit die op een net of een installatie is ingevoed, de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor is afgenomen van een net in mindering op de hoeveelheid WKK-elektriciteit die hij op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de wetmeet.
4. Indien zich achter de aansluiting één productie-installatie bevindt en de producent hiervoor WKK-certificaten heeft aangevraagd, meldt de netbeheerder, onder vermelding van de unieke 18-cijferige code van de aansluiting, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
a. de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie op het net heeft ingevoed, en
b. indien WKK-certificaten voor niet-netlevering zijn aangevraagd door de producent, de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.
5. Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, meldt de netbeheerder, onder vermelding van de unieke 18-cijferige code van iedere productie-installatie waarvoor de producent WKK-certificaten heeft aangevraagd, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
a. de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installaties hebben opgewekt, en
b. de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installaties op het net hebben ingevoed.
6. De hoeveelheid WKK-elektriciteit die door de betreffende productie-installaties aan het net wordt geleverd, wordt bepaald door de elektriciteit die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke elektriciteitopwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de WKK-elektriciteit of andere vormen van elektriciteit, die is opgewekt door de betreffende productie-installaties.
7. Tenzij de tariefstructuren, bedoeld in artikel 27 van de wet, iets anders bepalen, brengt de netbeheerder dan wel het gecertificeerd meetbedrijf de kosten van het meten van de hoeveelheid WKK-elektriciteit in rekening bij de producent.
2. De netbeheerder of het gecertificeerde meetbedrijf meet op verzoek van de producent maandelijks de hoeveelheid in de afgelopen maand op een net of een installatie ingevoede WKK-elektriciteit door het iedere kalendermaand bepalen van de meterstand.
3. Indien de installatie van de producent voor de opwekking van WKK-elektriciteit gebruik maakt van elektriciteit die is afgenomen van een net, brengt de netbeheerder dan wel het gecertificeerd meetbedrijf voor de bepaling van de hoeveelheid WKK-elektriciteit die op een net of een installatie is ingevoed, de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor is afgenomen van een net in mindering op de hoeveelheid WKK-elektriciteit die hij op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de wetmeet.
4. Indien zich achter de aansluiting één productie-installatie bevindt en de producent hiervoor WKK-certificaten heeft aangevraagd, meldt de netbeheerder, onder vermelding van de unieke 18-cijferige code van de aansluiting, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
a. de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie op het net heeft ingevoed, en
b. indien WKK-certificaten voor niet-netlevering zijn aangevraagd door de producent, de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt.
5. Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, meldt de netbeheerder, onder vermelding van de unieke 18-cijferige code van iedere productie-installatie waarvoor de producent WKK-certificaten heeft aangevraagd, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
a. de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installaties hebben opgewekt, en
b. de hoeveelheid WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installaties op het net hebben ingevoed.
6. De hoeveelheid WKK-elektriciteit die door de betreffende productie-installaties aan het net wordt geleverd, wordt bepaald door de elektriciteit die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke elektriciteitopwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de WKK-elektriciteit of andere vormen van elektriciteit, die is opgewekt door de betreffende productie-installaties.
7. Tenzij de tariefstructuren, bedoeld in artikel 27 van de wet, iets anders bepalen, brengt de netbeheerder dan wel het gecertificeerd meetbedrijf de kosten van het meten van de hoeveelheid WKK-elektriciteit in rekening bij de producent.