BWBR0015161
Geldig vanaf 2003-06-25
Artikel 7
Instellingsbesluit Bosschap
1. Onverminderd het in het tweede en derde lid bepaalde, worden door het Bosschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wetop te leggen heffingen vastgesteld naar een van de volgende grondslagen:
a. de bij ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld in gebruik zijnde oppervlakte bosgrond of natuurterrein;
b. de in ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld bereikte omzet of categorie van omzet.
2. Heffingen kunnen, met uitzondering van die als bedoeld in artikel 126, vierde lid, van de wet, behoudens een krachtens het eerste lid vastgestelde deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het Bosschap in verband met die bestemming passend acht.
a. de bij ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld in gebruik zijnde oppervlakte bosgrond of natuurterrein;
b. de in ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld bereikte omzet of categorie van omzet.
2. Heffingen kunnen, met uitzondering van die als bedoeld in artikel 126, vierde lid, van de wet, behoudens een krachtens het eerste lid vastgestelde deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het Bosschap in verband met die bestemming passend acht.