BWBR0015160
Geldig vanaf 2003-06-07
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2003
1. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot ten hoogste de strafbare feiten genoemd in artikel 435, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, artikel 34 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV), artikel 5.6.8., eerste en tweede lid van het Voertuigreglement, de artikelen 20, 21, 22, 59, 60, 62, 68 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en omvat mede de bevoegdheden als omschreven in artikel 160, eerste, derde en vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994).
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van heel Nederland.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van heel Nederland.