BWBR0015153
Geldig vanaf 2003-10-15
Artikel 2
Besluit medegebruik omroepzendernetwerken
1. Een ontvanger beslist binnen twee weken na de datum van ontvangst van een verzoek tot medegebruik of aan het verzoek kan worden voldaan. De beslissing is schriftelijk en berust op een deugdelijke motivering, welke bij de bekendmaking van de beslissing aan de verzoeker wordt medegedeeld.
2. Indien onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling van het verzoek tot medegebruik, brengt de ontvanger binnen een week na ontvangst van het verzoek de verzoeker hiervan schriftelijk op de hoogte. De ontvanger geeft daarbij aan welke gegevens ontbreken en geeft daarbij een deugdelijke motivering waarom de onbrekende gegevens noodzakelijk zijn voor de beslissing op het verzoek tot medegebruik.
3. De verzoeker dient de ontbrekende gegevens als bedoeld in het tweede lid binnen twee weken aan de ontvanger te verstrekken. De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort met ingang van de dag na de datum waarop de ontvanger de verzoeker schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het ontbreken van gegevens tot de dag waarop de ontbrekende gegevens door de ontvanger zijn ontvangen.
4. Indien de ontbrekende gegevens niet zijn verstrekt binnen de termijn, bedoeld in het derde lid, kan de ontvanger besluiten het verzoek tot medegebruik niet verder te behandelen.
5. De ontvanger kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met een week verlengen. Van de verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de verzoeker.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot gegevens die door de verzoeker moeten worden overgelegd bij de indiening van een verzoek tot medegebruik.
2. Indien onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling van het verzoek tot medegebruik, brengt de ontvanger binnen een week na ontvangst van het verzoek de verzoeker hiervan schriftelijk op de hoogte. De ontvanger geeft daarbij aan welke gegevens ontbreken en geeft daarbij een deugdelijke motivering waarom de onbrekende gegevens noodzakelijk zijn voor de beslissing op het verzoek tot medegebruik.
3. De verzoeker dient de ontbrekende gegevens als bedoeld in het tweede lid binnen twee weken aan de ontvanger te verstrekken. De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort met ingang van de dag na de datum waarop de ontvanger de verzoeker schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het ontbreken van gegevens tot de dag waarop de ontbrekende gegevens door de ontvanger zijn ontvangen.
4. Indien de ontbrekende gegevens niet zijn verstrekt binnen de termijn, bedoeld in het derde lid, kan de ontvanger besluiten het verzoek tot medegebruik niet verder te behandelen.
5. De ontvanger kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met een week verlengen. Van de verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de verzoeker.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot gegevens die door de verzoeker moeten worden overgelegd bij de indiening van een verzoek tot medegebruik.